Studentenbladen

Rectorverkiezingen: wat te stemmen?

Schamper Daily - wo, 19/04/2017 - 23:32
De programma's in vogelvluchtOnderwijsSelin Bakistanli

Wanneer het de afgelopen weken over de rectorverkiezingen ging, werd er gesmeekt om inhoud en duiding. Wel, beter laat dan nooit. 

Studentenvertegenwoordigers van de Gentse Studentenraad zullen tijdens de eerste stemronde op verschillende plaatsen rondgaan met iPads om zoveel mogelijk studenten te doen stemmen. Zij hebben kort de standpunten van de twee kandidaatduo's opgelijst zodat ze de passanten snel kunnen informeren. Thuis stemmen kan natuurlijk ook, en voor die studenten goten wij de info van de Gentse Studentenraad in een artikel. 

Guido Van Huylenbroeck en Sarah De Saeger

Dialoog met studenten
Van Huylenbroeck en De Saeger willen het huidig overlegmodel verderzetten waarbij studenten actief betrokken worden. Ze willen in dialoog gaan met de studenten over alle thema’s die hen aanbelangen. Geen hervorming van de onderwijskalender zonder akkoord van de studenten.

Verhogen studiesucces
Ze onderstrepen het belang van een betere studieomgeving en het verhogen van het studiesucces. Dit betekent meer activerende onderwijsvormen, zoals de combinatie van ex-cathedralessen met andere modernere vormen van onderwijs. Ook pleiten ze voor meer diverse examenvormen en krijgt de correcte uitvoering van opdrachten en taken een groter aandeel in het puntentotaal. Er moet volop gebruik gemaakt worden van IT. Opnames van lessen worden de regel in plaats van de uitzondering.

Onderwijsinfrastructuur verbeteren
Van Huylenbroeck en De Saeger willen inzetten op het uitbreiden van de studieomgeving, maar ook op de professionalisering van de lesgevers. Een betere onderwijsinfrastructuur en digitale leeromgeving kunnen hierbij helpen. Er moeten meer kansen gecreëerd worden om deel te nemen aan een internationale uitwisseling en er moet vaker een direct contact met het werkveld gelegd worden tijdens de opleiding in de vorm van bijvoorbeeld stages of bedrijfsopdrachten.

Transparantie - integriteit - ethische principes
Van Huylenbroeck en De Saeger benadrukken dat ze als kandidaten volledig ongebonden zijn en tot geen enkele politieke partij of andere groepering behoren. Ze beschrijven hun bestuur als concreet, daadkrachtig en gestoeld op transparantie, integriteit en ethische principes. Ze noemen zichzelf een (h)echt duo en willen geen valse beloften doen.

Rik Van de Walle en Mieke Van Herreweghe

Leefmilieu en duurzaamheid
Volgens Van de Walle en Van Herreweghe moet de Universiteit Gent zorg voor het leefmilieu vooropstellen en haar deel van de verantwoordelijkheid opnemen in de overgang naar een duurzame economie.

Kansen, diversiteit en democratisering
Ze hameren op gelijke kansen voor mannen en vrouwen en dragen diversiteit in het algemeen hoog in het vaandel. Daarnaast willen ze meer werk maken van het aanboren van talent onder jongeren met een migratieachtergrond en uit sociaal-economische groepen die de weg naar de universiteit nauwelijks vinden. Daarbij willen ze het democratiseringsproces van het hoger onderwijs een tweede adem geven.

Aantrekkelijke leeromgeving
Volgens Van de Walle en Van Herreweghe is studeren niet mogelijk zonder een kwaliteitsvolle en efficiënte leeromgeving. Vele universiteitsgebouwen zijn aan herwaardering toe. In het digitale tijdperk willen ze dat de UGent een universiteit wordt die aantrekkelijk blijft op digitaal vlak en daarbij kort op de bal speelt.

Ondersteuning van studenten
Méér studiebegeleiding is nodig, vooral voor eerstejaars, vinden Van de Walle en Van Herreweghe. Ze zijn gewonnen voor een niet-bindende ijkingstoets om studenten al bij de aanvang van hun opleiding gepast te kunnen ondersteunen. Als blijkt dat hun kennis nog wat moet worden bijgespijkerd, zullen hier dan ook de mogelijkheden voor worden voorzien.

Hervormen? Alleen in overleg!
Een herindeling van het academiejaar kan voordelen bieden volgens hen. Bijvoorbeeld met herexamens in de tweede helft van juni, in plaats van in september. Maar zo'n hervorming kan alleen in overleg met studenten, want zij blijven de personen die het meest betrokken zijn bij de hele situatie.

Categorieën: Studentenbladen

Een kwestie van vertrouwen

Schamper Daily - wo, 19/04/2017 - 23:15
Open brief van professor Roald DocterOpinie

Professor Roald Docter stuurde ons eerder al een lezersbrief. Hij stuurde ons nog een brief naar aanleiding van de reacties die hij kreeg op de vorige. 

De afgelopen weken is me een paar keer gevraagd wat ik toch tegen Rik Van de Walle, een van de kandidaatrectoren heb, vooral door mensen die in zijn ‘campagneteam’ op de sociale media actief zijn. Ik had mij waarschijnlijk te openlijk achter het andere kandidatenduo geschaard. Vreemd genoeg is me nooit gevraagd wat ik tegen Rik Van de Walle en Mieke Van Herreweghe heb. In alle eer en geweten kon ik telkens antwoorden “niets”; dat zou ik overigens ook op die nooit gestelde vraag hebben kunnen antwoorden. Eigenlijk ken ik Rik slechts van de overlegmomenten die hij samen met Gita Deneckere als ZAP-verkozene in de Raad Van Bestuur organiseerde en waarin heel open met collega’s van alle faculteiten de algemene beleidsvoorstellen werden besproken. Een buitengewoon goed initiatief dat ik zeer waardeerde: universitair bestuur zoals het hoort. Toen we elkaar begin dit jaar op de nieuwjaarsreceptie van de UGent in het Ufo spraken over zijn kandidatuur, zei ik met een knipoog dat hij geluk had dat hij zo’n goede kandidaat vicerector had gekozen. Tactisch gezien was de keuze voor Mieke dan ook een zeer goede zet: een uiterst capabele en gewaardeerde collega uit een grote alfafaculteit. Alle redenen om me achter hem te scharen waren aanwezig, zou je denken. Ik was echter op mijn hoede, want het kwam me allemaal net iets té tactisch over.

"Tactisch gezien was de keuze voor Mieke een zeer goede zet"

Van alle verwikkelingen in de aanloop tot de verkiezingen, waarbij Rik Van de Walle aanvankelijk als kandidaat vicerector met huidig rector Anne De Paepe wilde opkomen, wisten we op dat moment zelfs nog niets. Met Mieke vertegenwoordig ik samen de Faculteit Letteren en Wijsbegeerte in de Onderzoeksraad en ik had haar al eens aangesproken of ze niet de ambitie had voor een hoger bestuursmandaat. Ze antwoordde toen dat ze het onderzoek en onderwijs ook nog te zeer waardeerde om dat te ambiëren. Iemand kan natuurlijk van gedachte veranderen en men hoeft ook niet alles met mij te willen delen, maar ik was niet de enige in de faculteit die zeer verbaasd was over haar kandidaatstelling. Mutatis mutandis gold dat in een andere faculteit waarschijnlijk ook voor de kandidatuur van Sarah De Saeger. Op die bewuste nieuwjaarsreceptie pareerde ik de voorbarige conclusie van een van de omstanders “dat Roald ook aan onze kant staat” dan ook met de woorden “ik wil eerst wel eens jullie programma zien”; Rik zal het zich wellicht herinneren. Van de vriendelijke uitnodiging om dan aan hun programma mee te schrijven is nooit wat in huis gekomen. Misschien spijtig, omdat het dan waarschijnlijk veel beter was geworden, vooral op het vlak van de bestuurscultuur.

"Van de vriendelijke uitnodiging om aan hun programma mee te schrijven is nooit wat in huis gekomen"

Voor velen aan de UGent zijn een transparante, open en dus modernere bestuurscultuur en - structuur absoluut prioritair (zie o.a. ook de artikelen in De Standaard van Prof. Marc De Vos en Prof. Filip De Rynck). In een open brief aan Schamper heb ik vorige week geprobeerd een breed gevoelde angstcultuur binnen de universiteit te benoemen en ook een aantal eenvoudige oplossingen gesuggereerd om die te ondervangen: Zorg voor duidelijke richtlijnen omtrent de functies die binnen de organisatie cumuleerbaar zijn; zorg ervoor dat mensen niet eindeloos op postjes heen en weer schuiven; stel duidelijke termijnen aan de verschillende functies; en laat meer mensen participeren in het bestuur van de universiteit (alle professoren worden immers geacht aan interne dienstverlening te doen). Verlaat elke vorm van coöptatie voor bestuursposten of maak bij verkiezing van een centrale mandaathouder (rector, decaan) tenminste duidelijk wie er nog meer mee in de deal zit; vraag een open kandidaatstelling voor vacant komende bestuursposten; en zorg dat overal binnen de universiteit voor alle stemmingen over personen een geheime stemming verplichtend is.

Laten we daarom de programma’s van de twee kandidatenduo’s op het thema bestuur en bestuurscultuur eens met elkaar vergelijken. Bij Guido Van Huylenbroeck en Sarah De Saeger vinden we het thema op drie plaatsen in het programma aangehaald, o.a. “Rector, vicerector en bestuursploeg gaan voor een bedrijfscultuur waarbinnen ethische principes, vertrouwen en openheid centraal staan met aandacht voor leading examples, servant leadership en good practices. Er wordt een open bedrijfscultuur geïnstalleerd waarbij integriteit, vertrouwen, transparantie en overleg centraal staan. Wederzijds respect, tolerantie en open dialoog zijn de sleutels om polarisatie te voorkomen en harmonieus samen te leven.”

Op zich zijn dit allemaal algemene beleidsprincipes waar ook het andere kandidatenduo waarschijnlijk niet tegen zal zijn. Gelukkig wordt het echter ook geconcretiseerd op de website bij het standpunt ‘naar een nieuw en efficiënt bestuursmodel’. Ook wordt een vorm van collectief bestuur gepropageerd. “Rector en vicerector werken samen met een bestuursploeg die de beschikbare expertise binnen de UGent meeneemt. Basis daarbij is de dialoog tussen alle partijen waarna de lijnen worden uitgezet.” Een uitgewerkt programma waar ik me volledig in kan vinden. Bij Rik Van de Walle en Mieke Van Herreweghe lezen we “We gaan voor een cultuur waar machtsmisbruik, onder welke vorm ook, geen plaats heeft.” Uitstekend, maar ik heb vergeefs gezocht hoe dat geconcretiseerd gaat worden. Ook schrijft dit tweede duo: “In een grote en complexe organisatie zoals de UGent moeten verschillende entiteiten (faculteiten, vakgroepen, onderzoeksgroepen, directies, ...) zicht hebben op elkaars verwachtingen, vragen, noden en mogelijkheden. Dit vereist overleg en korte communicatielijnen.” Dat laatste stond nog niet in de eerste versie van het programma waarmee ze zich presenteerden. Het is echter wel een cruciale toevoeging omdat dit verschillend kan worden uitgelegd. Wanneer je belangrijke bestuursmandaten cumuleert, zoals Rik Van de Walle (decaan en vakgroepsvoorzitter), zijn de communicatielijnen natuurlijk zeer kort. Is dit de weg die we onder zijn rectorschap willen uitgaan? Grotere centralisatie en een top-down bestuur?

"Willen we grotere centralisatie en een top-down bestuur?"

Een ander element dat – bij mij althans - gaande de campagne niet heeft bijgedragen tot een groter vertrouwen in een open en verbindende bestuurscultuur bij het kandidatenduo Van de Walle/Van Herreweghe is het feit dat de kandidaat-vicerector in de communicatie (Twitter, Facebook, gedrukte en digitale pers) vrijwel afwezig was, op het gender-artikel in Schamper van afgelopen zaterdag na. Het was hoofdzakelijk Van de Walle die in beeld kwam en ook in de facultaire presentaties de discussies domineerde. Misschien was dat de interne taakverdeling binnen het duo, maar dan had dat beter naar het universitaire kiezerspubliek gecommuniceerd mogen worden. Nu kunnen we alleen maar vrezen dat deze relatieve onzichtbaarheid zich binnen een effectief (vice)rectorschap zal doorzetten; en dat zou een serieuze miskenning zijn van de kwaliteiten van Mieke Van Herreweghe. Het contrast met het duo Van Huylenbroeck/De Saeger dat bovendien ‘Samen’ als kernwoord in de communicatie voert kan niet groter zijn. Hoewel ik hen aanvankelijk minder goed kende hebben ze mij met hun programma, zeker op het vlak van een transparante en moderne bestuurscultuur, en hun gezamenlijke optreden vanaf dag één volledig overtuigd. Als duo hebben ze daarom mijn vertrouwen en stem.

Prof. Roald Docter

Categorieën: Studentenbladen

Een visie gericht op een open universiteit

Schamper Daily - ma, 17/04/2017 - 14:39
Open brief van Guido Van HuylenbroeckOpinie

Ook kandidaat-rector Guido Van Huylenbroeck deelde ons zijn visie voor de komende vier jaar mee. Hij pleit onder andere voor internationale samenwerking, transdisciplinariteit en goed bestuur.

Geachte lezer

Oppervlakkigheid is uit den boze, zeker aan een universiteit. Ogenschijnlijk kunnen programma’s van kandidaat-rectorduo’s gelijk lopen, maar wie dieper graaft zal toch zien dat er belangrijke verschilpunten zijn die inherent te maken hebben met een andere visie op de ontwikkeling van onze universiteit. Wij (en met wij bedoel ik Sarah en mezelf die als een (h)echt team deze universiteit hopen te leiden) noemen er in dit artikel drie: internationale samenwerking, transdisciplinariteit en een transparant en efficiënt bestuursmodel.

Wij geven hieronder onze eigen visie. Wie durft te vergelijken en niet ziende blind is maakt hopelijk de juiste conclusies. Samen maken we immers de UGent! 

Internationale samenwerking als motor van regionale ontwikkeling

Beide duo’s zijn voor internationalisering, maar toch is er een essentieel verschil in visie. Wij zien namelijk opleidingen in het Engels als vehikel voor internationalisering en niet als een doel op zich. Wij pleiten dus helemaal niet voor algemene verengelsing zoals collega’s in De Standaard van 14.04.2017 jullie willen doen geloven! Onze boodschap is wel dat Vlaanderen haar universiteiten op master- en doctoraatsniveau moet toelaten om een nog grotere internationale rol te spelen. Deze visie richt zich niet op het behalen van een topplaats in internationale rankings, maar wel op het aanbieden van opleidingen die zich richten op mondiale uitdagingen en die zowel Vlaamse als internationale studenten en onderzoekers kunnen aanspreken. De meerwaarde van dergelijke opleidingen ligt niet in het feit dat er in het Engels wordt gedoceerd, maar wel in de interactie en bredere kijk op problemen die ontstaan wanneer studenten met verschillende nationaliteiten en achtergronden samenwerken!

 

Indien we Vlaamse studenten alle kansen willen geven mogen we hen vooral de contacten met anderstalige collega’s of professoren niet ontzeggen, maar moeten we hen integendeel internationale opleidingen aanbieden. Alleen zo kunnen we hen vormen tot global citizens (sorry voor het Engels) die in staat zijn creatieve oplossingen te bedenken voor zowel lokale als globale problemen, precies omdat ze geleerd hebben die vanuit verschillende gezichtspunten te bekijken. In een dergelijke visie op onderwijs mag taal geen barrière vormen. In onze tijd is het Engels, of men dit nu prettig vindt of niet, de wetenschappelijke lingua franca in de meeste vakgebieden.

Internationalisering is ook helemaal niet in tegenspraak met de belangrijke rol die een universiteit speelt als motor van lokale en regionale economische en maatschappelijke ontwikkeling.

Hoe is de UGent top geworden in bijvoorbeeld biotechnologie?

Inderdaad, omdat Prof. Van Montagu en Schell zijn gaan samenwerken met buitenlandse collegae en internationaal wetenschappers en studenten hebben samengebracht en aangetrokken. Had dit in het Nederlands gekund? En is biotechnologie op dit ogenblik niet een sterke motor van de lokale Gentse economie?

En zouden studenten en onderzoekers in de sociale wetenschappen er geen baat bij hebben om over thema’s zoals migratie, gender en diversiteit te discussiëren met collega’s uit andere continenten?

Natuurlijk moeten internationale opleidingen en samenwerking aan een aantal randvoorwaarden voldoen, zoals daar zijn: een degelijke internationale positionering, uitwisseling van lesgevers met universiteiten die top zijn in hetzelfde vakgebied, gerichte incentives om internationale studenten aan te trekken maar vooral een echte internationale visie op het gedoceerde vakgebied. De succesvolle voorbeelden aan onze universiteit bewijzen dat we zo alumni kunnen afleveren die ook internationaal furore maken.

Waar we helemaal niet voor pleiten is een algemene omzetting naar het Engels van opleidingen omdat dit de taal van het werkveld zou zijn, zoals in de faculteit Ingenieurswetenschappen en Architectuur onder impuls van de huidige decaan gebeurde. Dit heeft inderdaad weinig zin! De opleidingen zijn immers dezelfde gebleven, alleen worden ze nu in het Engels gedoceerd voor een nog altijd hoofzakelijk Vlaams publiek. Hier ontbreekt dus zowel de internationale focus als de interactie tussen studenten met verschillende achtergrond.

Echte internationalisering zowel inzake onderwijs als onderzoek is inderdaad iets helemaal anders en draagt bij tot de rol van de universiteit als innovator van onze lokale en regionale economie en maatschappij. En dan spreken we nog niet van onze belangrijke verantwoordelijkheid naar landen in het Zuiden om ook met hen structurele samenwerkingen op te zetten. Daarom pleiten wij voor een zich internationaal profilerende universiteit en niet voor één die zich enkel op de eigen regio richt (ook al zijn de cursussen dan in het Engels!). Laat ons dus inzetten op internationale opleidingen en onderzoekssamenwerking en bij de overheid blijven pleiten om universiteiten meer vrijheid te geven op dit vlak!   

Transdisciplinair onderzoek institutionaliseren  

Een aansluitend thema betreft de vaststelling dat de aanpak van maatschappelijke vraagstukken ook veel meer trans- of interdisciplinair onderzoek vergt dan vandaag het geval is. Maar ook hier is er een fundamenteel verschil in de voorstellen. Waar het andere duo pleit om dit organisch te laten groeien via het geven van specifieke tijdelijke (competitieve?) incentives (het cloud-model), denken wij dat dit niet werkt. De pogingen die in het verleden op dit vlak zijn ondernomen (MRPs, GOA’s, recent de 21 interdisciplinaire ZAP-plaatsen …) zijn verdienstelijk maar hebben aangetoond dat dit niet duurzaam is. Na afloop van de extra financiering, trekt iedereen zich weer terug op het eiland van zijn eigen discipline! Daarom, en mede gebaseerd op succesvolle buitenlandse voorbeelden, zijn wij van oordeel dat indien het ons menens is, we deze transdisciplinariteit echt in onze organisatie moeten verankeren. Dit is mogelijk via de oprichting van faculteitsoverschrijdende onderzoeksinstituten, niet met de bedoeling onderwijs en onderzoek van elkaar los te koppelen maar wel om er voor te zorgen dat onderzoekers op een structurele wijze over facultaire grenzen heen samenwerken.

In het model dat ons voor ogen staat, blijft elk ZAP-lid of onderzoeker verbonden aan een faculteit en vakgroep maar wordt een belangrijk deel van de onderzoeksmiddelen via deze onderzoeksinstituten samengebracht en wordt in deze instituten rond bepaalde thema’s vanuit verschillende disciplines samengewerkt. We denken bv. aan een health-instituut waarin samengewerkt wordt rond de grote gezondheidsthema’s door zowel alfa-, beta- als gammawetenschappers, of een social sciences-instituut waarin onderzoekers uit de drie wetenschapsgebieden samenwerken aan thema’s zoals veroudering, migratie of stadsontwikkeling. Andere mogelijke voorbeelden zijn een behavioral sciences-instituut of een life sciences-instituut. De thema’s die binnen elk instituut worden bestudeerd, kunnen natuurlijk wisselen naargelang ook de maatschappelijke uitdagingen verschuiven, maar door het transdiscipliniair samenwerken te institutionaliseren zorgen we ervoor dat onderzoeksmiddelen en onderzoeksapparatuur gerichter kunnen worden ingezet en middelen niet versnipperd worden.  Voor de organisatie en aansturing van dergelijke instituten kunnen we ons laten inspireren door de succesvolle voorbeelden in Vlaanderen en in het buitenland. Betekent dit dat er dan geen plaats meer is voor fundamenteel of curiosity driven onderzoek? Natuurlijk niet! Een deel van de onderzoeksmiddelen kan immers nog steeds worden verdeeld op basis van individuele ideeën en voorstellen.

Onderzoeksinstituten zullen ook onze profilering versterken, hetgeen zal toelaten extra onderzoeksmiddelen aan te trekken zowel op regionaal, Europees als internationaal vlak. Deze onderzoeksinstituten kunnen ook tijdelijke of permanente allianties aangaan met andere instituten zowel in Vlaanderen als in het buitenland. Verder zal de oprichting van een ‘health institute’ toelaten om het klinisch onderzoek dat momenteel in het UZ gebeurt makkelijker in de universiteit te integreren via bundeling van zowel de universitaire als UZ-middelen. Mits een samenvoeging van de extern aangetrokken middelen op instituutsniveau eerder dan op individueel niveau kunnen deze instituten ook een oplossing bieden om meer onderzoekers op permanente basis te werk te stellen, zoals wordt bewezen door de bestaande onderzoeksinstituten genre VIB, IMEC, en andere SOCs.

"Als we transdisciplinariteit echt serieus nemen, zullen we dit structureel moeten verankeren"

Als we transdisciplinariteit echt serieus nemen, zullen we dit structureel moeten verankeren: Wij zijn bereid dit te doen!

Een nieuwe organisatie vraagt ook om een nieuw bestuursmodel

Een dergelijke internationaal gerichte en transdisciplinair georganiseerde universiteit vergt ook een ander aansturingsmodel. Het andere duo vindt dat, aldus hun uitspraak op het debat, niet prioritair. Wij vinden van wel en worden hier in gesterkt door onder andere de recente bijdrage van de collega’s M. De Vos en F. De Rynck in De Morgen van 12 april (voor alle duidelijkheid: niet op onze vraag!). Dit punt stond van bij de start in ons programma ingeschreven, niet alleen omdat wij denken dat het noodzakelijk is om elke vorm van machtsconcentratie te vermijden, maar ook omdat een grote organisatie, die straks met de integratie van het UZ nog groter wordt, absoluut een meer performante managementstructuur nodig heeft. Het is niet meer van deze tijd dat alle beslissingen genomen worden door een kleine kern van rector, vicerector en beheerders. Dit leidt immers tot tunnelvisies: daarom pleiten wij voor een veel bredere directieraad waarin naast de huidige kernleden ook anderen zitting hebben (onder andere de directeurs), dit om een meer collectief bestuur te waarborgen. Deze directieraad kan zich in specifieke dossiers laten bijstaan niet alleen door commissies maar ook door alle in de organisatie beschikbare expertise en kennis (onder andere via hoorzittingen, community hearings en andere moderne vormen van participatief bestuur).    

 

Ook in verband met de Raad van Bestuur en de integratie van het UZ hebben we zeer concrete ideeën (zie onze standpunten ter zake op www.GuidoSarahdurven.net). Hierover vinden we niets terug bij onze tegenkandidaten. Misschien vinden zij dit niet belangrijk, maar wij wel omdat het huidige model leidt tot conflicten eerder dan tot constructieve samenwerking tussen Raad van Bestuur en management. De integratie van het UZ vinden wij ook te belangrijk om dit enkel op te lossen door enkele bestuurders uit het UZ toe te voegen aan de huidige bestuursorganen. Daarom ons voorstel tot parallelle structuren voor beide units en een overkoepelende RvB voor gemeenschappelijke zaken. 

Maar het veranderen van de bestuurscultuur moet ook verder gaan, willen we de bij deze verkiezingen opduikende verhalen over machtsconcentratie, ongeoorloofde inmenging en misbruiken tegen gaan. Los van het feit of deze verhalen waar zijn of niet, moeten we de perceptie tegen gaan. Daarom pleiten we ook voor een beperking in de tijd van alle mandaten, een verbod op het combineren van mandaten, een assessment van leiderschapscompetenties en verplichte bijsturing of coaching in geval van tekorten op dit vlak en bovenal een absoluut verbod van zetelen in benoemings- of  financieringscommissies waarin men zelf betrokken partij is. Alleen op die wijze kunnen alle verdachtmakingen en hang naar posities worden tegen gegaan. Wie vertrouwen en integriteit claimt, dient deze principes ook op bestuurlijk vlak te implementeren, anders is men niet consequent!

"Wie vertrouwen en integriteit claimt, dient deze principes ook te implementeren"

Conclusies

Met deze tekst willen we aan de kiezer bij deze rector/vicerectorverkiezing duidelijk maken dat programma’s oppervlakkig misschien kunnen gelijk lopen, maar fundamenteel toch verschillen. En dan hebben we het nog niet gehad over de haalbaarheid of financierbaarheid van voorstellen (zie ook daarover een tekst op onze website!). Natuurlijk is het goed om bij de overheid aan te kloppen voor meer middelen voor de universiteiten. En natuurlijk dienen we samen met de andere universiteiten te pleiten om het financieringsmodel te herzien en te werken met een open enveloppe in plaats van de huidige gesloten enveloppe die de concurrentie aanwakkert eerder dan samenwerking te belonen. Maar dit betekent niet dat we geen werk moeten maken van onze eigen positionering en organisatie. Wij zijn bereid dit te doen!

Aan u de keuze!

De eerste stemronde loopt van 19 tot 21 april. 

Categorieën: Studentenbladen

"Streven naar 50/50-verhouding omdat het een evidentie is"

Schamper Daily - vr, 14/04/2017 - 13:50
Kandidaat-vicerector Mieke Van Herreweghe over genderbeleidOpinie

Rik en Mieke schuiven concrete beleidsvoorstellen naar voren om gendergelijkheid aan de UGent een evidentie te maken. Een aantal leidinggevende vrouwen aan de UGent onderschrijven de maatregelen en getuigen hierbij dat we moeten durven een versnelling hoger schakelen, durven onderzoeken welke gendersensitieve maatregelen nodig zijn met betrekking tot aanwerving, bevordering en loopbaanondersteuning van academici.

Mieke Van Herreweghe

Als team gaan we voor een universiteit waar iedereen, los van geloofsovertuigingen, achtergrond, of gender, een plaats vindt en waar men zich thuis weet. Met onze kandidatuurstelling bevestigen we uitdrukkelijk onze gehechtheid aan en respect voor het pluralistische karakter van de UGent. We geloven niet in polariserende wij/zij-verhalen, enkel in een verbindend UGent-verhaal. We willen gaan voor een cultuur van vertrouwen, we willen keuzes maken op basis van overleg, en we willen inzetten op een grotere maatschappelijke betrokkenheid bij het uitvoeren van onze kerntaken van onderzoek en onderwijs.

Voor meer gendergelijkheid schuiven we een aantal concrete beleidsvoorstellen naar voren. Deze kunnen in overleg scherp gesteld of bijgestuurd worden. Tegelijk vinden we dat er op een aantal vlakken dringend actie nodig is. Statistieken geven aan dat er een inhaalbeweging plaatsgrijpt, maar dat deze bijzonder traag gaat. De UGent heeft reeds enkele jaren quota ingevoerd voor een aantal raden en commissies. Ofschoon ze soms onder vuur worden genomen, is het nuttig deze quota voorlopig als noodzakelijke maatregel te handhaven.

"Quota zijn voorlopig noodzakelijke maatregel" 

Voor ZAP-aanwervingen pleiten we voor het invoeren van weloverwogen en breed gedragen streefcijfers, benaderd vanuit de eigenheid van de faculteiten en de opleidingen, gekoppeld aan een realistisch incentive-beleid via financieringsmodellen die succesvol genderbeleid belonen, dit liefst in alle Vlaamse universiteiten.  Verder moeten we durven onderzoeken hoe bredere evaluatiecriteria ingevoerd kunnen worden.

Ook voor leidinggevenden zouden we dergelijke streefcijfers kunnen hanteren. De decaan van de Faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen haalde reeds aan in het kader van de HeForShe-campagne om voor de helft van de vakgroepvoorzitters van zijn faculteit een vrouw aan te stellen. Dergelijke stimulerende voorbeelden willen we onder de aandacht brengen en verspreiden. Vormingssessies voor leidinggevenden en medewerkers omtrent bewustwording, zijn hierbij zeker meer aan de orde.

Dit alles kan slagen als we eveneens zorgen voor gezinsvriendelijke flankerende maatregelen. Een aantal voorbeelden kunnen zijn: alternatieve mobiliteitseisen, degelijke opvang, extra toelagen voor gezinsondersteuning bij buitenlandverblijven, meer gezinsondersteuning voor inkomende internationale medewerkers, borstvoedingsruimtes ...

Sommige van deze maatregelen zijn vrij eenvoudig in te voeren en zouden een groot effect kunnen hebben op het dagelijkse leven van medewerkers met een gezin. Uiteraard is het noodzakelijk de ingeslagen weg die ingezet is op het vlak van psychosociaal welzijn verder te bewandelen, met respect voor iedereen. Hierbij is het eveneens noodzakelijk probleemgevallen tijdig te identificeren, te benoemen en kordaat aan te pakken.

Via de insteek van een aantal leidinggevende vrouwen willen we aantonen dat onze oproep tot een betere genderbalans een meerwaarde biedt en dat de hele gemeenschap daar baat bij heeft.  We willen de talenten van iedereen benutten, vrouwen, mannen en mensen die zich niet of minder herkennen in deze binaire tegenstelling. Omdat het een evidentie is dat iedereen zich gewaardeerd weet aan onze universiteit! We hopen dat de kiezers deze oproep positief onthalen!

 

Opinies hoogleraren

 

Opinie van Gita Deneckere, Hoogleraar, Vakgroep Geschiedenis (LW03), lid Bestuurscollege UGent.  Gita Deneckere

“Toen ik in 2013 verkozen werd als lid van de eerbiedwaardige Koninklijke Vlaamse Academie van België (KVAB) was ik zeer verguld en erkentelijk. Er is wellicht niets zo belangrijk in het leven van een academicus als erkenning en in de hiërarchie van de erkenning staat lidmaatschap van de Academie toch wel in de hogere regionen. Dat weet ik al sinds ik als zestienjarige op de schoolbanken zat en in 1980 Marguerite Yourcenar als eerste vrouw verkozen werd in de Académie française. Het historische feit dat voor het eerst het woord ‘Madame’ uitgesproken werd onder de ‘Coupole’ zonder dat diezelfde coupole naar beneden stortte, veroorzaakte destijds de nodige media-ophef. Het is me bijgebleven in die mate dat het beeld van de enigmatisch lachende gegroefde vrouw met haar witte sjaal te midden van een halfrond schitterend gekostumeerde mannen sindsdien op mijn netvleis gebrand staat.

Moest ik minder blij zijn met mezelf omdat de KVAB in 2013 voor het eerst in zijn bestaan louter en alleen vrouwen had verkozen? De toenmalige minister voor Wetenschapsbeleid Ingrid Lieten had vastgesteld dat de genderverhoudingen binnen de Academie bepaald onevenwichtig waren en dat daar dringend verandering in moest komen. Het verkiezen van alleen vrouwen was dus niet opeens even normaal geworden als het verkiezen van alleen mannen. Met de stok van de betoelaging achter de deur, was de Academie voor de full monty gegaan. Op de website werd van ‘een krachtig signaal’ gesproken: men kon niet langer toekijken ‘op de groeiende excellentie van vrouwen in de academische wereld’ en dus hadden de vier Klassen (Menswetenschappen, Natuurwetenschappen, Technische Wetenschappen en Kunsten) vijftien excellente vrouwen verkozen, geen mannen.

Zou ik minder ‘excellent’ zijn als historica dan wanneer de Academie die gendermaatregel niet had genomen in 2013? Ik zou het niet weten. Was ik verkozen zonder die maatregel? Ik denk het niet. Het ‘similar to me’-effect dat mannelijke soortgenoten privilegieert bij dit soort selecties is namelijk bijzonder hardnekkig. Daarom moet het even hardnekkige discours dat ‘excellentie’ tegenover ‘geslacht’ plaatst en elke vorm van positieve discriminatie op basis daarvan afwijst dringend de wereld uit geholpen worden.

‘Élire une femme, c’était ébranler les colonnes du temple’, zo blikte Jean d’Ormesson dertig jaar later terug op de heisa die hij veroorzaakt had door Marguerite Yourcenar voor te dragen voor de Académie française –  hij vond de reacties van een groot deel van zijn confraters compleet ridicuul. Hij had immers niet uit feminisme gehandeld, maar omdat Yourcenar een zeer goed schrijver was – het was dus belachelijk haar te weigeren omdat ze vrouw was. Zelf zei Yourcenar dat een hele troep vrouwen veel vroeger de eer en de erkenning hadden moeten ontvangen die haar te beurt viel. De grote eer om als eerste de drempel te overschrijden, zag ze niet als een erkenning van haar intrinsieke kwaliteiten. Ze was vooral diegenen dankbaar die hun hand hadden uitgestoken om haar over de drempel te helpen.

Als we op korte termijn aan de UGent tot evenwichtiger genderverhoudingen willen komen binnen het professorenkorps, zullen we als universiteit echt een hand moeten uitsteken naar al die excellente vrouwen. We zullen dus quota moeten invoeren, willens nillens. Als prof heb ik de afgelopen decennia werkelijk de meest briljante jonge vrouwen mogen begeleiden in hun doctoraatstraject. Als lid van het Bestuurscollege heb ik echter bij herhaling moeten constateren dat de selectiemechanismen binnen onze faculteiten voortdurend mannen blijven privilegiëren, met horden tegelijk. Dat is geen kwestie van excellentie, dat is gewoon om genderquota vragen.”

 

Opinie van Veronique Hoste, Hoogleraar, Vakgroepvoorzitter vakgroep Vertalen, Tolken en Communicatie (LW22).  Veronique Hoste

“Na de integratie van een aantal hogeschoolopleidingen fungeren we nu als jonge vakgroep binnen de Faculteit Letteren en Wijsbegeerte. Die integratie heeft ervoor gezorgd dat onze personeelsstructuur moest gecalibreerd worden naar meer onderzoeksfuncties en dus ook naar meer ZAP-mandaten. Op dit ogenblik telt de vakgroep 29 ZAP en OP3-leden, waaronder 19 vrouwelijke professoren, wat misschien kan gezien worden als een mooie afspiegeling van onze studentenpopulatie. In de vele selectiegesprekken die ik de voorbije drie jaar heb meegemaakt, is gender nooit ter sprake gekomen. De kandidaten werden geselecteerd op hun capaciteiten maar zonder ons vast te rijden in een rigide kwantitatieve logica. In een omgeving waarin velen aan het begin van hun ZAP-carrière staan en daarnaast ook vaak een jong gezin aan het uitbouwen zijn, komt het er vooral op neer om vertrouwen te geven en een heel open communicatiecultuur aan te houden. Ik ben geen voorstander van quota en ervaar ze vooral als vernederend, maar ik begrijp dat ze in bepaalde contexten kunnen fungeren als breekijzer. Geen enkele formele structuur houdt ons vandaag tegen om genderevenwichtig aan te werven. Het is onze plicht om het te durven doen.”

 

Opinie van Isabel Van Driessche, Hoogleraar, Vakgroepvoorzitter vakgroep Anorganische en Fysische Chemie (WE06), lid Raad van Bestuur UGent. Isabel Van Driessche

“De kern van een positief beleid rond gender ligt veelal bij het verlenen van flexibiliteit en vertrouwen geven tot het werken in zelfstandigheid. Ik geloof ook sterk in opleidingen waar gericht gewerkt wordt aan het tonen van rolmodellen en zaken waar vrouwen specifiek mee kampen, denken we hierbij aan zelfvertrouwen en ‘personal branding’. Ook opleidingen voor leidinggevenden zijn hierin noodzakelijk, zodat zij leren dat flexibiliteit, overleg en vertrouwen een meerwaarde betekenen voor de groep.

Verder dan een quotum moet diversiteit een sterke en gedragen ambitie zijn aan onze universiteit. Diversiteit bewijst echt wel zijn nut in creativiteit en aanpakken van problemen. Daarom moeten we iedereen oproepen om absoluut zichzelf te blijven en aan vrouwen om niet te gaan denken en handelen als mannen. De sterkte van de diversiteit is juist wat ons (geloof)waardige partners maakt!

Ik zie de toekomst positief voor vrouwen en gendergelijkheid, alleen al omdat ik een rotsvaste overtuiging heb dat de meerwaarde van een diversiteitsevenwicht in alle geledingen binnen onafzienbare tijd duidelijk zal blijken, al is het wel zo dat sommige zaken sneller kunnen evolueren en dat we rolmodellen moeten blijven stimuleren.

Als jonge onderzoeker en professor heb ik ondervonden hoe uitdagend het is om een gezin te combineren met academische ambities. Ik heb echter bijzonder veel steun gevonden bij mijn promotor, die me beoordeelde op kwaliteiten, niet op mijn agenda. Naast de steun van mijn echtgenoot en ouders (en twee prachtige en zelfstandige kinderen), heeft zijn leiderschap, waarin de mogelijkheid bestond tot flexibiliteit en eigen inbreng, dingen doen waar ik me goed bij voelde, de grootste stap betekend in mijn carrière. Ik werkte veelal tot in de late uren, maar omgekeerd kon ik altijd onmiddellijk naar huis als er een dringende situatie was, zoals dat met kleine kinderen al eens gebeurt! Als het nodig was om een project op poten te zetten, werden lange dagen en weekends geïnvesteerd, maar een schoolfeestje op een vrijdagnamiddag kon rekenen op een goedkeurende blik als ik vrijaf vroeg. Het vertrouwen werkte wederzijds …

Als vakgroepvoorzitter probeer ik er eveneens over te waken dat iedereen in flexibiliteit zijn werk kan organiseren, rekening houdend met omstandigheden die in iemands leven en carrière opduiken. Wij nemen mensen aan omwille van hun capaciteiten en treden met elkaar in zeer open communicatie, omdat we samen voor resultaten gaan en ieders inzet daarin vertrouwen, en we ons realiseren dat dit maar kan door elkaars back-up te zijn in sommige omstandigheden. In mijn vakgroep werken drie vrouwelijke ZAP (van 9) en alle doctorassistenten zijn vrouwelijk. Zij dragen allemaal belangrijke verantwoordelijkheden in onderwijs en onderzoek en doen hun werk met passie en overtuiging. Wanneer een paar jaar terug een ZAP-lid omwille van zwangerschap een semester afwezig was, heb ik de lessen overgenomen. Zij staat ook altijd als eerste klaar om voor mij in te springen wanneer nodig. We eisen kwaliteit van elkaar, maar als het erop aankomt, zijn we er voor elkaar.

Dat is wat me zo aanspreekt in het programma van Rik en Mieke: woorden zoals overleg, vertrouwen, pragmatisme, diversiteit, erkenning van individuele prestaties behoorden van bij de start tot de kern van het programma. De uitwerking van de ideeën is veelbelovend en steunt op debat, ambitie en vertrouwen. Als vrouw weet ik dat die zaken een gezin ondersteunen, als vakgroepvoorzitter weet ik dat dit tot succes voor de hele gemeenschap en een goed gevoel op het werk leidt.”

 

 

 

Mieke Van Herreweghe

Categorieën: Studentenbladen

Recensie: Grave

Schamper Daily - do, 13/04/2017 - 17:22
CultuurMarie Van Oost

Geen betere manier om het einde van Dagen Zonder Vlees te vieren dan een horrorfilm met kannibalistische trekjes te kijken. Toch? De Franse Julia Ducournau schotelt ons haar debuut ‘Grave’ voor, een film die allerminst licht verteerbaar is, maar toch absoluut in de smaak valt.

We maken kennis met Justine (Garance Marillier), een brave, onschuldige eerstejaarsstudente Dierengeneeskunde en hardcore vegetariër. Dat laatste duurt tot het moment dat ze tijdens de beruchte ontgroening gedwongen wordt om een rauw konijnenniertje te eten. Dat wekt ongekende vleselijke lusten op bij Justine, en dat mag u gerust letterlijk nemen. Niet alleen ontluiken er seksuele begeertes bij de maagdelijke Justine, verder heeft ze ook een onbedwingbaar verlangen naar vlees. Aanvankelijk stilt ze haar honger door middel van meegesmokkelde hamburgers en nachtelijke pita-escapades,  maar wanneer haar zus haar eigen vinger eraf knipt (enter the horror), wordt Justine geconfronteerd met de kannibaal in zichzelf.

 

Dat is het begin van een bloedstollende horrortrip, waarin Ducournau er meesterlijk in slaagt om alle traditionele horrorfilmelementen te betrekken en toch bijzonder origineel te zijn. Het open einde dat je de stuipen op het lijf jaagt, de dramatische orgelmuziek en de liters bloed geven ‘Grave’ de sfeer van een klassieker, terwijl het inruilen van suggestieve spanning voor expliciete action shots op klaarlichte dag en de akelig esthetische manier van filmen bewijzen dat een horrorfilm ook bloedmooi kan zijn. De combinatie van het mysterieuze, sensuele Frans en de dierlijke driften maken de bevreemdende ervaring compleet. ‘Grave’ is goor. Goor maar graaf.

Categorieën: Studentenbladen

"De universiteit moet motor voor sociale mobiliteit zijn"

Schamper Daily - do, 13/04/2017 - 16:56
Open brief aan de studentenOpinie

We ontvingen deze open brief van kandidaat-rector Rik Van de Walle, waarin hij pleit voor meer diversiteit en voluntarisme aan de Universiteit Gent.

 

Elk jaar...

Rik Van de Walle

Elk jaar ... sta ik mee in voor de organisatie van een 'kinderuniversiteit'. Negen- tot twaalfjarigen komen dan in groten getale naar de UGent om er kennis te maken met wetenschap. Doorgaans gebeurt dat op een wat frisse zondagochtend in het voorjaar. Maar de koude verdwijnt van zodra je het jonge volkje over de vloer krijgt. Hun mateloze nieuwsgierigheid en tomeloze creativiteit, hun snelheid van denken en spreken (en hun talent om zowat alles te becommentariëren ...), hun oprechte verwondering en bewondering: het toont aan dat ze in volle ontwikkeling zijn en dat ze heel wat in hun mars hebben. Als universiteitsprof kom je slechts zelden met deze leeftijdsgroep in contact, tenzij via je eigen opgroeiende kroost. Maar op zo'n zondagmorgen ervaar je heel even hoe mooi en belangrijk de opdracht van leerkrachten is. En je beseft ook hoe moeilijk hun taak wel is. Je respect voor hen neemt toe.

Elk jaar ... spreek ik honderden nieuwe eerstejaarsstudenten toe, tijdens de onthaaldag van onze faculteit aan het begin van het academiejaar. Daar zitten ze dan, de vele rijen achttienjarigen die op het punt staan hun eerste stappen te zetten in het hoger onderwijs, jongeren met vragen op zoek naar antwoorden en kennis, die weldra het ouderlijk gezag zullen ontgroeien en zelfstandig zullen worden.

Elk jaar ... valt me één groot verschil op, wanneer ik de vergelijking maak tussen deze beide momenten.

Iedereen weet het: zeker in de grotere steden telt elke klas al snel een tiental nationaliteiten en thuistalen. Het gaat hierbij allang niet meer alleen om de klassieke groepen migrantenkinderen of allochtonen van Turkse of Marokkaanse afkomst. Veel scholen zijn vandaag 'superdivers' – er kan thuis evengoed Roemeens of Lingala worden gesproken. Maar die superdiversiteit is niet alleen een kwestie van etniciteit of culturele verschillen. Heel vaak is superdiversiteit ook een sociaal gegeven, de weerspiegeling van grote verschillen in sociaal-economische achtergrond. In de klas zitten ook kinderen uit de arbeidersgezinnen, waarvan de minst verdienende of laagst geschoolde ouders niet zelden óók tot een etnisch-culturele minderheid behoren. Al die schakeringen: je ziet ze op de kinderuniversiteit.

Maar wanneer ik tijdens de onthaaldag de nieuwe eerstejaarsstudenten toespreek, zie ik letterlijk en figuurlijk een kleurenpalet dat veel minder divers is. Het merendeel van de huidige universiteitsstudenten, zeker in Vlaanderen, is blank en afkomstig uit de middenklasse. Vaak hebben hun ouders zelf ook een diploma hoger onderwijs behaald. Kinderen met een andere achtergrond, die zes jaar eerder misschien nog naar de kinderuniversiteit waren meegekomen (mocht die toen al hebben bestaan) zie je veel minder tijdens de onthaaldagen. Waar zijn ze gebleven? Zijn ze als het ware weggefilterd door een verkeerd studieadvies of door kwalijke neveneffecten van het watervalsysteem dat ons middelbaar onderwijs nog altijd kenmerkt? Kan een universiteit, en bij uitbreiding de maatschappij, het zich veroorloven om hun talenten niét aan te boren?

Het merendeel van de huidige universiteitsstudent is blank

Deze vragen zijn de inzet van een maatschappelijk debat dat absoluut moet worden gevoerd. Als ingenieur beschik ik niet over de nodige expertise om daar gefundeerde uitspraken over te doen, en ik zal dat dan ook niet proberen. Onder meer onderwijssociologen, leerkrachten en andere actoren uit het werkveld hebben hier ongetwijfeld veel zinniger dingen over te zeggen dan ik. Maar ik wil wel een paar overwegingen kwijt, en doe dadelijk ook een oproep.

Vooruitgang? Optimisme? Euh...

De generatie van mijn ouders, en zeker die van mijn grootouders, had vaak geen toegang tot middelbaar of hoger onderwijs. Kinderen die opgroeiden in de toenmalige grote boerenfamilies of arbeidersgezinnen moesten doorgaans gewoon hetzelfde doen als wat hun ouders hadden gedaan: zo snel mogelijk aan het werk gaan. Boeken stonden thuis niet op de plank, studeren werd gezien als tijd- en geldverlies. Af en toe ontfermde een onderwijzer of (onder)pastoor zich over een getalenteerde jongen (ja, het ging toen bijna uitsluitend over jongens). Die werd dan klaargestoomd om onderwijzer te worden, of wie weet zelfs om naar de universiteit te gaan. Jezuïeten gingen op zoek naar de intellectuelen-in-spe, Witte Paters zochten kandidaat-missionarissen, en sociaal bewogen liberalen en socialisten probeerden hier en daar arbeiderskinderen een duwtje in de rug te geven. En zo kregen 'de beste elementen' van de lagere klassen soms de kans om sociaal hogerop te raken. De anderen bleven aan de kant.

In de naoorlogse periode, toen de economie er met reuzesprongen op vooruitging, de sociale zekerheid werd uitgebouwd en de overtuiging groeide dat het onderwijs moest worden gedemocratiseerd, nam het aantal universitairen geleidelijk aan toe. Initiatieven zoals het 'fonds der meestbegaafden' beperkten zich voortaan niet meer tot kandidaten met uitzonderlijke capaciteiten. Álle leerlingen die in staat waren om hoger onderwijs te volgen maar daar niet de financiële middelen voor hadden, konden een beurs krijgen, een toelage, waardoor langer studeren ook voor hen een haalbare kaart werd. Die aanpak kende succes en leidde tot opwaartse sociale mobiliteit. Er ontstonden generaties die langer hadden gestudeerd dan hun ouders, en die het finaal ook beter hádden dan hun ouders. De maatschappij ging er zo merkbaar op vooruit.

"We hebben nood aan meer voluntarisme"

Nu lijkt dit vooruitgangsoptimisme voor een stuk tot het verleden te behoren. In vele geïndustrialiseerde landen is het hoger onderwijs niet meer voor iedereen een bereikbaar instrument voor opwaartse sociale mobiliteit. Een ontstellend groot deel van de jongeren op onze schoolbanken haalt geen diploma middelbaar onderwijs en lijkt ook niet meer in een betere toekomst te geloven. Dit probleem stelt zich het scherpst bij jonge mensen met een migratieachtergrond, vooral in de grotere steden. Ligt dát aan de basis van wat ik zie wanneer ik de vergelijking maak tussen de negenjarigen en de achttienjarigen die ik eens per jaar begroet?

Universiteit, kom buiten!

Als universiteit kunnen we ons niet neerleggen bij deze vaststellingen. Ook al heb ik als kandidaat-rector van de UGent geen pasklare oplossing voor dit bijzonder uitdagend maatschappelijk probleem, ik weet wel dat we het moeten aanpakken.

Als we de talenten van vele negenjarigen uit onze superdiverse klasjes laten verloren gaan, als die potentiële artsen, ingenieurs, leerkrachten, proffen of ondernemers vanwege hun achtergrond finaal zelfs nooit de universiteitsbanken kunnen bereiken, dan falen we schromelijk als maatschappij. De universiteit kan deze problematiek natuurlijk niet op haar eentje oplossen. Maar we kunnen in dit proces wel een belangrijke rol spelen; we kunnen vanuit onze opdracht en mogelijkheden een motor zijn voor verandering en voor meer sociale vooruitgang.

Hoe pakken we dit aan? Ik denk dat we nood hebben aan meer voluntarisme, en dat we zelf stappen moeten zetten, letterlijk. We mogen er niet van uitgaan dat kinderen uit de zogenaamde 'kansengroepen' de weg naar ons wel zullen vinden. Wij moeten ook zelf de weg vinden naar álle begaafde kinderen, ongeacht hun gender, sociale of etnische achtergrond, functiebeperkingen, enz. We moeten in sociaal-economisch en cultureel zwakkere milieus de talentvolle jongeren gaan scouten en hun ouders ervan overtuigen dat universitaire opleidingen voor hun dochters en zonen de toekomst zijn, dat studeren cruciaal is voor hun zelfontplooiing, voor sociale emancipatie en dus ook om tot een betere, rechtvaardigere maatschappij te komen. Ben ik naïef, te ambitieus of al te enthousiast? Misschien. Maar ik denk het eigenlijk niet.

Kom, we doen het gewoon

Meer voluntarisme, en zelf de stap zetten naar jongeren die anders de weg naar ons wellicht niet gaan vinden: het is een maatschappelijke uitdaging waar de hele universitaire gemeenschap een rol kan in spelen. Laat dit dus een oproep zijn om die 'challenge' aan te gaan.

Samen kunnen we een verschil maken: docenten en alle andere medewerkers van onze universiteit, en zeker ook de studenten. Want jullie zijn de verantwoordelijken, de leiders van morgen. Daarom deze oproep: ik hoop dat jullie mee jullie schouders zullen zetten onder dit maatschappelijk belangrijk project. Het gaat hier niet alleen over de toekomst van onze universiteit maar meer nog over de toekomst van onze samenleving.

Rik Van De Walle

Categorieën: Studentenbladen

Lezersbrief: "Angstcultuur aan de universiteiten van Gent en Leuven?"

Schamper Daily - ma, 10/04/2017 - 01:22
"Stop het combineren van te veel machtsfuncties"Opinie

Anderhalve week geleden berichtten de nieuwssite Apache en de krant De Standaard dat er aan de KU Leuven een ware angstcultuur heerst. In de nasleep van de auteursfraudezaak van professor Marc Hooghe stuitten beide nieuwsmedia op ‘een stevige omerta’ bij de Leuvense personeelsleden die door hen over de zaak werden benaderd. “De angst zit diep”, klonk het bij De Standaard. Dat is op zich al een bijzonder verontrustend gegeven, maar het zou in brede universitaire kringen alle alarmbellen moeten doen afgaan. Waar een angstcultuur gedijt en wordt getolereerd zullen misstanden zich opstapelen, medewerkers gedesillusioneerd en uitgerangeerd raken en zal uiteindelijk de vrije wetenschap verliezen. Gezien de sussende reacties vanuit het Leuvense rectoraat lijken de ernst van de zaak en de verderstrekkende consequenties eerder geminimaliseerd te worden.

"Hoe kon een probleem van zo'n omvang zo lang onder de radar blijven?"

Staat dit Leuvense probleem op zichzelf of speelt het ook elders in het Vlaamse universitaire landschap, bijvoorbeeld aan de Universiteit Gent? In het artikel op Apache werd dezelfde vraag gesteld en niet geheel onverwacht de link gelegd met de commotie rond het vermeende seksueel grensoverschrijdend gedrag van een Gentse professor aan de Faculteit Letteren en Wijsbegeerte. De daadkrachtige reactie van UGent op haar berichtgeving werd door Apache positief onthaald: “Dat zorgde in eerste instantie voor een egelstelling, maar korte tijd later volgde er wel een commissie die maatregelen op tafel legde om problemen rond seksueel grensoverschrijdend gedrag aan te pakken.” Ook de betrokken professor blijft vooralsnog geschorst. Men kan zich echter afvragen hoe het mogelijk is dat een probleem van zo’n omvang zo lang onder de radar kon blijven? Zo lang, dat pas berichtgeving door Schamper, Apache en, in hun kielzog, de volledige Vlaamse en nationale pers, tot maatregelen leidden. Hier spelen minstens twee elementen een rol: een bestuurscultuur die zeer gesloten is en waarbij de belangrijkste machtsposities in de handen van een beperkte groep liggen, en een angstcultuur die niet te ontkennen valt. Ondergetekende werd 16 jaar geleden aan de UGent benoemd en heeft – komende vanuit een volledig andere bestuurscultuur (Universiteit van Amsterdam) – door schade en schande moeten ervaren dat het er aan de UGent anders aan toegaat. Anders is echter niet a priori verkeerd en als nieuwkomer moet je je ook leren aanpassen aan de lokale geplogenheden, maar … er zijn grenzen. Gelukkig worden die grenzen ook breder en door velen binnen de universitaire gemeenschap, en aan de Faculteit Letteren en Wijsbegeerte in het bijzonder, gevoeld. Alleen blijft dit onder de radar, juist vanwege de genoemde angstcultuur. Het is hoog tijd dat er hier iets verandert. De discussie is daarbij tot nu toe vooral vanuit de anonimiteit gevoerd (angstcultuur!), zowel op de sociale media als nog onlangs in artikelen in De Standaard. Het wordt hoog tijd dat iemand onder eigen naam zijn visie op deze problematiek durft te geven. Durven is immers bij uitstek een werkwoord dat de UGent hoog in haar vaandel draagt.

Zowel in Leuven als Gent worden de komende maanden nieuwe rectoren en hun bestuursploeg gekozen. Aan de UGent komen twee duo’s op voor de functies van rector en vicerector, Rik Van de Walle/Mieke Van Herreweghe en Guido Van Huylenbroeck/Sarah De Saeger: telkens een man en een vrouw, telkens uit twee verschillende faculteiten en telkens met respect voor het pluralistische karakter van de universiteit. Pluralistisch wordt daarbij in Gent traditioneel opgevat als een evenwicht tussen Vrijzinnigen en Katholieken; over aanhangers van Joodse, Protestants-christelijke, Islamitische, Boeddhistische of andere levensbeschouwingen wordt niet gesproken. Zij maken wellicht ook een minderheid uit van de universitaire gemeenschap (maar is dat al eens onderzocht?). De vraag stelt zich in hoeverre het aanhangen van enige levensbeschouwing überhaupt een rol zou mogen spelen in het correcte bestuur van een grote publieke instelling als de Universiteit Gent. De vraag stelt zich ook wie van de personeelsleden en vooral van de studenten anno 2017 überhaupt wakker ligt van de levensbeschouwelijke achtergrond van hun bestuurders.

Vooral wat betreft dit pluralistische element is er echter in de berichtgeving op gedrukte, digitale en sociale media commotie ontstaan. Aan de gekende en door hem zelf geopenbaarde vrijzinnige achtergrond van een van de Gentse kandidaten, Rik Van de Walle, wordt immers een vermeend lidmaatschap van een vrijmetselaarsloge gekoppeld. In het door het studentenblad Schamper georganiseerde grote Rectordebat werd hem de vraag vanuit de zaal zelfs expliciet gesteld: “Bent u lid van de Loge?” Zijn antwoord was – in principe terecht - dat dit een privéaangelegenheid is. Vrijmetselaars maken in Vlaanderen een onbekend, maar waarschijnlijk klein deel uit van de bevolking die zich als Vrijzinnig bestempelt. Zeker weten we dat niet, want velen wensen daar niet publiekelijk voor uit te komen. Gekende uitzonderingen aan de Universiteit Gent zijn de huidige vicerector en voormalig decaan van de Faculteit Letteren en Wijsbegeerte, Freddy Mortier, en de Regeringscommissaris, Yannick De Clercq, die zich zelfs op zijn Twitterpagina als ‘Liberaal. Vrijmetselaar’ bekendmaakt. De duidelijkheid die zij daarmee scheppen siert hen.

In hoeverre is dit van belang? Men kan niet ontkennen dat de combinatie van gekende en veelal vermeende Loge-lidmaatschappen van bestuurders op allerlei niveaus binnen de universitaire organisatie voor veel onrust zorgt, vooral bij personeelsleden en juist ook in deze verkiezingstijd. Toen ondergetekende bij de medewerkers van de Faculteit Letteren en Wijsbegeerte een oproep lanceerde om de facultaire informatiebijeenkomst van het duo Guido Van Huylenbroeck en Sarah De Saeger bij te wonen, schrok hij van de reacties. Collega’s belden hem op en spraken hem aan. Zij steunden de kandidatuur van dit duo maar durfden de informatiebijeenkomst niet bij te wonen uit vrees zich dan publiekelijk te bekennen en uit vrees voor repercussies op andere momenten en in andere constellaties. Toegegeven, het feit dat de kandidate voor het vicerectorschap bij het andere duo, Mieke Van Herreweghe, uit dezelfde faculteit komt speelt zeker een rol. Diezelfde angst zagen we terug toen collega’s zich afvroegen of de stemming wel echt geheim zal zijn; het is tekenend en schrijnend tegelijk dat de huidige Rector, Anne De Paepe, in de communicatie moet benadrukken dat dit echt het geval is. Hoe we het wenden of keren, de idee van een schaduworganisatie binnen de universitaire structuur die een eigen agenda volgt leeft in brede kring. Dit in weerwil van de cynische opmerking van een anoniem lid van de raad van bestuur van de UGent in De Standaard: “Ik kan me inbeelden dat bepaalde proffen, opgesloten in hun kamertjes, uit verveling en plotse opwinding, na een leven achter de boeken te slijten, door de verkiezingen plots grote complotten ontwaren.” Het is eerder waarschijnlijk dat dit anonieme lid van de Raad van Bestuur geen enkele voeling met het universitaire werkveld heeft. Verveling is bovendien een woord dat bij de Gentse professoren niet in het vocabularium voorkomt; daarvoor is de werkdruk eenvoudigweg te hoog.

"Hoe valt deze angstcultuur te doorbreken?"

Hard te maken is de idee van ‘grote complotten’ natuurlijk niet of nauwelijks. Toch kent iedereen in zijn of haar universitaire omgeving wel een aantal gevallen waar een groep mensen die nauwe en vaak vriendschappelijke banden onderhouden in wisselende samenstelling al jarenlang (soms zelfs decennialang) cruciale bestuursposten bezet en onder elkaar verdeelt, zowel binnen de universiteit als daarbuiten (FWO, …). En vaak zitten daar zich bekennende en gekende Vrijmetselaars tussen. Dat sterkt natuurlijk de geruchtenmolen en verhoogt alleen maar de idee van de Loge als een aparte macht binnen het universitaire bestuur waarvoor je maar best oppast. Maar ongeacht de vraag of dit reëel of ingebeeld is, hoe valt deze angstcultuur te doorbreken?

Transparantie over alle lidmaatschappen bij iedereen die een bestuurspost ambieert zou natuurlijk de ideale wereld zijn, maar juist bij genootschappen als de Vrijmetselarij is dat geen evidentie. Met het oog op het vermijden van belangenverstrengelingen wordt van alle universitaire personeelsleden verwacht dat ze elk jaar hun bezoldigde en onbezoldigde mandaten en lidmaatschappen bekendmaken (vaak tot in het absurde). Behoren functies binnen de Loge daar ook toe? Waarschijnlijk wel, maar probeer dat maar eens boven tafel te krijgen: geheim is geheim. In theorie bieden de huidige rectorverkiezingen een uitgelezen kans om alle schimmigheid uit de wereld te helpen. Van de duo’s weten we inmiddels uit den treure wat ze vroeger en nu in hun vrije tijd deden en doen. Ook de levensbeschouwelijke achtergrond van de kandidaten wordt vanuit het oogpunt van een pluralistisch evenwicht met ons gedeeld, soms in verhullende termen, maar een eventueel lidmaatschap van een Vrijmetselaarsloge is kennelijk “irrelevant”.

Zijn er dan geen andere manieren om dergelijke reële of vermeende clubjes binnen de Universiteit te ondervangen en de daardoor effectief gecreëerde angstcultuur te doorbreken? Ja, en het is niet eens zo ingewikkeld. Zorg voor een moderne, transparante bestuursstructuur met duidelijke richtlijnen omtrent de functies die binnen de organisatie cumuleerbaar zijn; zorg ervoor dat mensen niet eindeloos op postjes heen en weer schuiven; stel duidelijke termijnen aan de verschillende functies; en laat meer mensen participeren in het bestuur van de universiteit (alle professoren worden immers geacht aan interne dienstverlening te doen). Verlaat elke vorm van coöptatie voor bestuursposten, of maak bij verkiezing van een centrale mandaathouder (rector, decaan) tenminste duidelijk wie er nog meer mee in de deal zit; vraag een open kandidaatstelling voor vacant komende bestuursposten; en zorg dat overal binnen de universiteit voor alle stemmingen over personen een geheime stemming verplichtend is.

"Geert De Soete heeft een bestuursmandaat uit de vorige eeuw"

Op dit moment komt het nog te vaak voor dat functies van decaan, vakgroepvoorzitter, voorzitter van alle aanstellingscommissies, beoordelingscommissies, bevorderingscommissies, en doctoraatscommissies worden gecombineerd in een en dezelfde persoon, en voor vele functies zelfs zonder beperking in de tijd. Er is aan deze universiteit zelfs een decaan die al 18 jaar onafgebroken zijn faculteit bestuurt (Professor Geert De Soete van de Faculteit Psychologie); letterlijk en figuurlijk een bestuursmandaat uit de vorige eeuw. Ook het systeem waarbij een decaan zijn (en helaas niet haar) bestuursteam van onderwijsdirecteur, onderzoeksdirecteur en secretaris zelf samenstelt en als ‘te nemen of te laten’ aan de Faculteitsraad ter bekrachtiging voorstelt, vaak nog ter zitting, zou moeten worden gemoderniseerd; in sommige faculteiten wordt dit nu al zodanig vormgegeven dat er duidelijke termijnen aan de bestuursploeg worden gesteld, bijvoorbeeld de helft wordt na twee jaar vervangen wat zetelkleverij tegengaat maar tegelijk voldoende continuïteit waarborgt.

Een moderne managementstijl moet hand in hand gaan met een transparante cultuur van ethisch besturen waarin er geen plaats is voor situaties waarin men zijn eigen beslissingen of de gevolgen daarvan moet evalueren en goedkeuren. Uitwassen zoals die waarmee de universiteiten van Gent en Leuven negatief in het nieuws kwamen zullen dan hopelijk niet meer voorkomen.

Ondergetekende heeft dit stuk alvast zonder angst geschreven vanuit de overtuiging dat het tijd is dat iemand dit aankaart. Cumul van ambten en dus macht is immers geen privézaak.

Of dit schrijven goed of slecht is voor het duo dat hij openlijk steunt en waar hij vertrouwen in heeft mag niet meewegen; de cultuur van angstig zwijgen en anoniem spreken moet aan de UGent absoluut doorbroken worden. Hopelijk zet het iets in beweging, welk duo ook moge winnen.

 

Prof. Roald Docter (UGent, vrijzinnig maar geen lid van enige Loge, lid van SpA, lid van ACV, steunt de campagne van Guido en Sarah)

Roald.Docter@UGent.be

Twitter: @roalddocter

Categorieën: Studentenbladen

Wie zijn de kingmakers van de UGent?

Schamper Daily - ma, 10/04/2017 - 01:11
Machtsstructuren en vriendjespolitiek aan onze universiteitOnderwijsSelin BakistanliSuzanne GrootveldArthur Joos

De rectorverkiezingen zijn veelbesproken, maar misschien wel om de verkeerde redenen. Na de wilde verhalen, nu de feiten.

Aula

Om de vier jaar verkiest de Universiteit Gent haar nieuwe opperhoofden tijdens de rector- en vicerectorverkiezingen. Alle studenten en personeelsleden mogen dit jaar voor het eerst meestemmen op hun favorieten. De kandidaten zijn Rik Van de Walle samen met Mieke Van Herreweghe en Guido Van Huylenbroeck samen met Sarah De Saeger. De Standaard deed enkele intriges uit de doeken in het artikel ‘De loge, sterke vrouwen en achterklap’, maar hoe zit de vork nu echt in de steel?

"Actief pluralisme"

De Universiteit Gent onderschrijft het actief pluralisme, dit zorgde traditioneel voor een afwisseling van vrijzinnige en katholieke rectoren. Tijdens de vorige verkiezingen werd gebroken met deze traditie, toen de eerder katholieke arts Anne De Paepe de scepter overnam van de eveneens katholieke geneesheer Paul Van Cauwenberge. In een lezersbrief die we in Schamper 577 publiceerden stelde de auteur dat de loge om die reden vergelding zoekt: “haar kandidaat moet en zal het worden, koste wat kost.” Deze lezersbrief was naar alle waarschijnlijkheid het vertrekpunt voor De Standaard. “Deze rectorverkiezingen gaan volgens mij in eerste instantie niet om de loge versus de katholieken”, zegt een lid van de Raad van Bestuur ons meteen als we hem ernaar vragen. Ook uit de vele andere gesprekken die we hadden bleek de rol van de loge beperkt: “Ik heb eerder de indruk dat loyauteit aan de universiteit nogal versatiel is”, nuanceert een ander bestuurslid de rol van ideologisch georganiseerde netwerken.

De rol van de loge bleek eerder beperkt

“Er bestaan harde kernen van zowel katholieken als van vrijzinnigen, zij proberen bij elke verkiezing weer hun mannetjes en vrouwtjes naar voor te schuiven”, legt men ons uit. Wanneer we vragen naar de steun van de - naar eigen zeggen - pluralistisch vrijzinnige kandidaat-rector Rik Van de Walle, worden natuurlijk wel een aantal namen genoemd. Deze harde kern zou druk uitgeoefend hebben op zittend rector Anne De Paepe, zodat ze zich niet opnieuw kandidaat zou stellen. Niet toevallig worden bijna alle namen gelinkt aan een loge. “Dé loge bestaat niet, het zijn allemaal individuen”, vertelt Yannick De Clerck, regeringscommissaris en uitgesproken Vrijmetselaar. “Als er druk uitgeoefend is op Anne De Paepe, dan is dat vanuit een individu en niet vanuit de loge.” Rik Van de Walle ontkende vanmorgen in De Morgen alvast weet te hebben van dergelijke intimidatie. 

Cosa nostra

Wat initieel begon met het verkeerd briefen van de rector voor vergaderingen, mondde volgens intimi van Anne De Paepe dit jaar uit op persoonlijke intimidatie en professionele tegenwerking. Zo zou ze gehinderd zijn toen eind vorig academiejaar het seksueel grensoverschrijdend gedrag aan de Faculteit Letteren en Wijsbegeerte aan het licht kwam. De vermeende dader werd dan ook sinds jaar en dag het hand boven het hoofd gehouden, volgens een professor. Bovendien zou men tijdens de afwezigheid van de rector deze zomer, toen ze de zorg voor haar zieke echtgenoot op zich nam, enkele van haar lopende werkgroepen en projecten geblokkeerd of opgeheven hebben. “De afgelopen jaren zijn er verschillende zaken gebeurd met de huidige rector”, duidt een derde lid van de Raad van Bestuur dit echter, “Ze heeft een verschrikkelijke stijl in huis gehaald waardoor heel wat mensen zich beginnen keren zijn tegen haar. Er heerst een ware angstcultuur op de centrale administratie.” Toen we dit voorlegden aan een medewerker van de Directie Marketing en Communicatie, ontkende hij dit echter: “Ik ervaar geen problemen, noch intern, noch met de rector of anderen. Integendeel, de rector maakte felicitaties over bij elk evenement.”

"Er heerst een ware angstcultuur op de centrale administratie"

Dit derde RvB-lid meent dat het logisch is dat de vrijzinnigen, of de katholieken, mochten ze niet al op de stoel zitten, dit zien als hun moment. Rik Van de Walle zou eerst opkomen als de vicerector van Anne De Paepe, en heeft hij hiervan afgezien toen anderen hem zeiden dat hij genoeg steun had om zelf voor rector te gaan, aldus nog dit bestuurslid, hetgeen ons ook door getuigen uit de omgeving van Rik Van de Walle bevestigd werd. Toen Van de Walle dit twee dagen voor Kerst liet weten aan Anne De Paepe, zou hij aanvankelijk ook samen naar de pers hebben willen stappen. De Paepe zou zich dan publiekelijk moeten terugtrekken en steun moeten verlenen aan Van de Walle. De Morgen schreef eerder dat haar het postje van voorzitter van de Associatie UGent (AUGent), een overkoepeling van vier hogeronderwijsinstellingen, werd aangeboden. Uit onze gesprekken blijkt bovendien ook dat de postjes van voorzitter van de RvB van het UZ en van UGent-vertegenwoordiger op missies haar werden voorgesteld. De voorzitter van de AUGent wordt echter verkozen door de associatiepartners. Voorzitter van de RvB van het UZ is decretaal gebonden aan het rectorschap en ook de missies zijn gewoonlijk voorbehouden aan de rector. Ze zomaar verhandelen doet op z'n minst de wenkbrauwen fronsen. 

Stoelendans

Dit postjes verdelen is aan onze universiteit geen onbekend fenomeen. “Iedereen kent in zijn of haar universitaire omgeving wel een aantal gevallen waar een groep mensen die nauwe en vaak vriendschappelijke banden onderhouden in wisselende samenstelling al jarenlang cruciale bestuursposten bezet en onder elkaar verdeelt,” aldus professor Roald Docter in zijn lezersbrief aan Schamper, “vaak zitten daar Vrijmetselaars tussen, en dat verhoogt alleen maar het idee van de loge als aparte macht binnen het universitaire bestuur.”

"Geert De Soete heeft een bestuursmandaat uit de vorige eeuw"

Professor Docter hekelt ook de cumul van verschillende functies en mandaten alsook het feit dat er voor vele functies geen beperking in de tijd is. Geert De Soete, bijvoorbeeld, is al 18 jaar lang onafgebroken decaan van de Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen. “Letterlijk en figuurlijk een bestuursmandaat uit de vorige eeuw.” Specifiek vermeldt professor Docter ook de functies van decaan, van vakgroepvoorzitter en van voorzitter van allerhande commissies, functies die Rik Van de Walle momenteel gecombineerd bekleedt. Oorspronkelijk zou overigens vastgelegd zijn dat een decaan aan de Faculteit Ingenieurswetenschappen en Architectuur niet tegelijk voorzitter kan zijn van de beleidscommissie. Onder Van De Walle kwam hier echter verandering in. Ook een lid van de Raad van Bestuur heeft hier kritiek op. “Soms zet hij zijn pet van decaan af en zijn pet van vakgroepvoorzitter op. Je hebt extra informatie door je functie van decaan en gebruikt die info als vakgroepvoorzitter. Dat kan toch niet?”

De cumul van functies brengt ook een zekere macht met zich mee, wat het bestuurslid bevestigt: “Geert (De Soete, red.) is het grote voorbeeld van Rik (Van de Walle, red.). Hij heeft gezien dat door machtspolitiek te voeren, wat Geert al heel zijn carrière doet, je het in zijn ogen ver kan brengen.”

Durf vrezen

Een bestuurslid

Opvallend is dat heel weinig mensen met ons wilden praten, on the record althans. Dit viel ook professor Docter op. “De discussie is vooral vanuit de anonimiteit gevoerd, zowel op sociale media als nog onlangs in artikelen in De Standaard. Het wordt hoog tijd dat iemand onder eigen naam zijn visie op deze problematiek durft te geven. Durven is immers bij uitstek een werkwoord dat de UGent hoog in haar vaandel draagt.” Professor Docter is tot dusver dan ook de enige persoon die ons in eigen naam te woord wilde staan.

"Durven is een werkwoord dat de UGent hoog in haar vaandel draagt"

Hij bemerkt een angstcultuur aan de UGent, en tracht deze te doorbreken met zijn bijdrage. “Men kan niet ontkennen dat de combinatie van gekende en veelal vermeende loge-lidmaatschappen van bestuurders op allerlei niveaus binnen de universitaire organisatie voor veel onrust zorgt, vooral bij personeelsleden en juist ook in deze verkiezingstijd”, zegt hij. Hij stelt vast dat collega’s zich niet openlijk achter bepaalde kandidaten durven scharen uit vrees voor repercussies. “Dezelfde angst zagen we terug toen collega’s zich afvroegen of de stemming wel echt geheim zal zijn. Hoe we het wenden of keren, de idee van een schaduworganisatie binnen de universitaire structuur die een eigen agenda volgt leeft in brede kring.” Professor Docter pleit in zijn bijdrage voor een moderne, transparante bestuursstructuur met duidelijke richtlijnen omtrent functies, cumul en termijnen. “Een moderne managementstijl moet hand in hand gaan met een transparante cultuur van ethisch besturen waarin er geen plaats is voor situaties waarin men zijn eigen beslissingen of de gevolgen daarvan moet evalueren en goedkeuren.”

De politisering van de rectorverkiezingen heeft in ieder geval al de overhand gehad in de media. Verschillende stemmen riepen al op tot een focus op de inhoud. Ook een van de bestuursleden die we contacteerden zei hierover nog het volgende: "Ik vind dat de campagne zeer negatief verloopt. (...) Die hele netwerken, je moet dat niet onderschatten, maar je moet ook niet overdrijven." Hij roept op om te focussen op de sterktes van de kandidaten, "dat vind ik al even belangrijk."

De eerste stemronde van de rectorverkiezingen loopt van 19 april tot 21 april. Lees de lezersbrief van Roald Docter hier

Categorieën: Studentenbladen

"Vrouwen, sta op!"

Schamper Daily - za, 08/04/2017 - 17:51
Open brief van kandidaat-vicerector Sarah De SaegerLezersbrieven

Kandidaat-vicerector Sarah De Saeger stuurde ons deze open brief waarin ze reageert op eerdere artikels over de rectorverkiezingen in De Tijd en De Standaard.

Sarah De Saeger

Alweer een kaakslag voor vrouwen: na het artikel 'Anne De Paepe, de rector die te licht uitviel' (De Tijd 01.03.17), het artikel 'De loge, sterke vrouwen en achterklap' (De Standaard 06.04.17).

Twee krantenkoppen die de vrouwenzaak zwaar schaden.

Het eerste artikel, nota bene geschreven door een vrouw, bulkt van holle frasen en gratuite beweringen als zou Anne De Paepe – een vrouw – dan toch niet zo’n goede leider geweest zijn. De auteur van het artikel permitteert zich, absoluut voorbarig, om haar beleidsrealisaties te minimaliseren.

Het tweede artikel associeert al in de titel ‘sterke vrouwen’ met ‘achterklap’ en heeft het over de onsuccesvolle zoektocht naar een vrouwelijke tegenkandidaat voor het rectorschap. Alsof het hard bevochten feit dat de kandidaten v/m duo’s moeten vormen helemaal niet telt. Vandaar ook enkel de foto’s van de mannelijke kandidaten in de krant? Alsof de beide dames, kandidaat-vicerectoren helemaal geen ‘sterke vrouwen’ zouden zijn. Laat mij even opmerken dat binnen de UGent ongelooflijk véél sterke vrouwen studeren en werken.

Want wat zijn dan wel ‘sterke vrouwen’?

Zijn dat enkel vrouwen die ‘bekend’ zijn en/of sterk zijn in ‘communicatie’? Of zijn het daarnaast ook vrouwen die elke dag opnieuw moeten vechten om zich binnen de academische mannenwereld te bewijzen, staande te houden en gezag op te bouwen ?

Gelukkig zijn ze er, en zij pikken die krantenkoppen niet!

"We hebben 200 jaar moeten wachten op een vrouwelijke rector"

Lees verder onder de cartoon

Uiteraard is het jammer dat we wellicht geen nieuwe vrouwelijke rector zullen hebben. Wij hebben daar als vrouwen 200 jaar moeten op wachten. Jammer dat Anne De Paepe niet gaat voor een tweede mandaat. Zonder ons te bezondigen aan een voorbarige evaluatie zoals Barbara Moens dat doet in De Tijd, willen we toch even wijzen op enkele belangrijke verwezenlijkingen die zij in de loop van haar mandaat heeft gerealiseerd ondanks budgettair krappe tijden. Voor het onderwijs werd  een innovatief systeem van interne kwaliteitszorg ingevoerd en werden tal van initiatieven i.v.m. onderwijsinnovatie uitgebouwd. Er werden middelen ingezet voor nieuwe professoraten voor zowel onderwijs als onderzoek. Voor het administratief en technisch personeel werd het probleem van de opeenvolging van tijdelijke contracten resoluut aangepakt en kwam er een betaalbaar pensioenplan. Er kwamen maatregelen om problemen in het functioneren van personeelsleden sneller te detecteren. Alle bestuursorganen werden genderevenwichtig samengesteld. Een overlegcultuur werd geïntroduceerd en aangemoedigd op alle niveaus. Luisteren naar wat er leeft, ook onder de studenten, werd en blijft een belangrijk item.

Internationaal doet de UGent het uitstekend, inclusief in de rankings. Kortom, de universiteit groeit en bloeit. Zulke belangrijke resultaten kan je als rector enkel behalen in samenwerking met alle bestuursorganen, alle directies, alle faculteiten en de hele universitaire gemeenschap.

Lees verder onder de cartoon

En toch proberen sommigen haar realisaties te minimaliseren, zelfs vooraleer ze had aangekondigd niet voor een tweede mandaat te gaan. Ze werd als vrouwelijke rector voorbarig veel scherper geëvalueerd dan men ooit tevoren met vorige (mannelijke) rectoren had gedaan. Als Anne De Paepe de keuze heeft gemaakt om geen tweede mandaat op te nemen is het ook omdat, in een periode van groot persoonlijk verlies, in de rand van de verkiezingen, een sfeer van wantrouwen, negativisme  en intimidatie werd gecreëerd waarbinnen ze niet verder wenst te functioneren.

Hetzelfde geldt voor mezelf : vrouwen gaan voor de inhoud!

"Ik wil groeien en een rolmodel zijn"

Waarom ik dan zelf niet het rectorschap ambieer? Omdat ik inzie dat bestuurservaring iets is wat je moet verwerven, zinvol besturen moet je leren. Guido en ik zullen samen besturen en van elkaar leren. Daar ben ik van overtuigd. Ik wil groeien en een rolmodel zijn. Tonen aan collega’s dat je, ook als vrouw, risico’s moet durven nemen en vertrouwen hebben in je eigen capaciteiten. Bewijzen dat er ook binnen de academische wereld oplossingen te vinden zijn voor een gezonde work/life balance en de combinatie met een gezin.

Ik zou er natuurlijk voor de zoveelste keer de statistieken kunnen bijhalen om te bewijzen dat de academische wereld op het hoogste niveau nog altijd een mannenwereld blijft en dat de vrouwen nog steeds een ongelijke strijd moeten voeren. Maar het gaat me niet alleen om cijfers. Het gaat hier vooral om een mentaliteitsverandering: nieuwe leiderschapsvormen hanteren, talenten detecteren,  waarderen en inzetten, ook van het o zo belangrijke vrouwelijk potentieel. Het doorbreken van de klassieke denkpatronen bij iedereen die bij de universitaire wereld betrokken is in een sfeer van open dialoog, solidariteit en transparantie.  

Dus vrouwen, sta op en laat jullie horen! Ik heb alvast de grote stap gewaagd!

Ik heb jullie steun en jullie stem écht nodig!

 

Sarah

 

Categorieën: Studentenbladen

Lezersbrief: Ja, voor ons zijn vluchtelingen ook mensen

Schamper Daily - ma, 03/04/2017 - 20:37
Onderwijs

Op 23 maart vond in Gent een mars voor solidariteit en mensenrechten plaats, als signaal naar Theo Francken die dezelfde avond een lezing kwam geven aan de Universiteit Gent. De mars werd met minstens vierhonderd studenten een groot succes. De mobilisatie kreeg ongetwijfeld een boost door de uitspraken van Theo Francken die Artsen Zonder Grenzen beschuldigde van “mensensmokkel” omdat hun reddingsoperaties “een aanzuigeffect” zouden veroorzaken. Francken moest die ongefundeerde en misdadige bewering daags na de mars terugtrekken, maar in bepaalde kringen blijft men achter zijn uitspraak staan. NSV! publiceerde een opiniestuk in Schamper waarin de organisatoren van de mars en ook Comac beschuldigd worden van “polarisering”. Respect voor mensenrechten is blijkbaar al een brug te ver voor NSV!.

De reddingsoperaties van Artsen Zonder Grenzen waarnaar de Staatssecretaris voor Asiel en Migratie verwees, redde het leven van 1.000 mensen waaronder 248 kinderen en 11 zwangere vrouwen. Zeggen dat deze reddingsactie niet had mogen doorgaan, is zeggen dat deze mensen hadden moeten verdrinken. Ook de theorie van het aanzuigeffect is onjuist. Francken zou op de hoogte moeten zijn van de studie van Oxford die aantoont dat dit aanzuigeffect bij humanitaire hulp fictie is. Ook zou de staatssecretaris mogen weten dat het volgens het zeerecht verboden is om drenkelingen niet te redden (gelukkig maar).

NSV! sprong echter meteen in de bres voor Theo Francken door een Twitteractie van de organisatoren van de mars aan te vallen. In een auditorium van de Pol & Soc werden de studenten die dat wilden, gevraagd om recht te staan en de slogan “Solidariteit kent geen grenzen, vluchtelingen zijn ook mensen” te zingen, opdat men een video daarvan konden tweeten naar de staatssecretaris. Zeggen dat vluchtelingen ook mensen zijn, is eigenlijk een evidentie. Je kan het nauwelijks een politiek statement noemen. Maar blijkbaar is die slogan al te choquerend voor NSV!. Ze vinden het zelfs “polariserend”!

NSV! zocht de afgelopen jaren media-aandacht met choquerende en vaak racistische acties, zoals het gooien van toiletpapier naar mensen zonder papieren. Achter de maskerade van neutraliteit gaat in feite een politiek meningsverschil schuil. Op Facebook gaf de auteur van het opiniestuk dan ook toe dat hij het inhoudelijk eens is met de omstreden quotes van Francken en uitte hij zelfs het dreigement om met NSV!, KVHV en Jong N-VA samen klacht in te dienen tegen Comac bij het PFK - op gronde van niets. Voor de Vlaamsnationalisten is solidariteit met vluchtelingen kennelijk zwaar uit den boze ...

Olivier Goessens, Comac-Gent

De lezersbrief van NSV! kan je hier vinden: http://www.schamper.ugent.be/editie/578/artikel/lezersbrief-comac-polari...

Categorieën: Studentenbladen

Rectorverkiezingen: het grote debat

Schamper Daily - ma, 03/04/2017 - 19:32
OnderwijsSelin Bakistanli

Voor wie het nog niet doorhad: de verkiezingsstrijd aan de Universiteit Gent is losgebarsten. Donderdag 30 maart vond het rectordebat plaats. Wie was de grote winnaar? 

Het Ufo zag er zowaar gezellig uit op 30 maart, inclusief zetels, planten en koffietafeltjes. Aan de linkerkant namen Guido Van Huylenbroeck en Sarah De Saeger plaats, aan de andere kant zagen we Rik Van de Walle en Mieke Van Herreweghe. De duo's werden gescheiden door moderator Jelle Heyvaert, oud-voorzitter van de Gentse Studentenraad die voor de gelegenheid nog eens een bezoekje kwam brengen aan zijn alma mater. 

Percentages

Jelle en de kandidaat-duo's werden vergezeld door een voor meer dan de helft gevuld Ufo. Een grote opkomst was verwacht, want voor het eerst in de geschiedenis van de universiteit mag iedereen een stem uitbrengen. Heel vooruitstrevend, ware het niet dat we nog steeds een vorm van het cijnskiesstelsel terugzien. De stemmen van de studentengeleding tellen slechts voor 16% mee. Het assisterend academisch personeel (AAP) en administratief en technisch personeel (ATP) moeten het met minder stellen. Hun stemmen tellen telkens voor 8,5% mee. Het zelfstandig academisch personeel (ZAP) spant de kroon met 67%. Als we deze aantallen in het achterhoofd houden bij het bekijken van de aanwezigen op het debat, valt op dat het aanwezige ZAP bijlange nog geen 67% van het aantal aanwezigen uitmaakt. Die zullen het debat via de livestream gevolgd hebben zeker? 

Guidofuif

Nog voor het debat goed en wel in gang was geschoten, beschuldigde De Saeger Van de Walle en Van Herreweghe van het aanpassen van hun programma en standpunten. Van de Walle ontkende dit meteen formeel: ze zouden "geen woord" aangepast hebben aan de tekst sinds het online staat, maar toch werd op Twitter opgeroepen tot een fact check. Over de uitkomst bestaat nog steeds geen consensus, maar toch hadden techneuten dankzij dit voorval iets om zich mee bezig te houden tijdens het debat. Aangepast programma of niet, Van de Walle mocht het eerste applaus van de avond op zijn naam schrijven. Gedurende de hele avond volgden er nog een paar van deze applaussalvo's aan zijn adres: deze man heeft duidelijk een grote fanbasis en kan rekenen op veel steun. Of deze al dan niet van de loge komt, vindt Van de Walle irrelevant, wat hij tijdens het debat nogmaals benadrukte.

Toen aan Van Huylenbroeck en Van de Walle gevraagd werd welke kwaliteiten ze in elkaar appreciëren, lieten de kandidaten zich van hun meest sympathieke kant zien. Ook de lachspieren werden bij deze vraag getraind. "Rik is jong en ambitieus, maar misschien kan hij nog vier jaar wachten om rector te worden", antwoordde Van Huylenbroeck. Een verwijzing naar de vier jaar die hij zelf heeft moeten wachten sinds de laatste rectorverkiezingen, waarvoor hij zich ook kanditaat stelde. Van de Walle prees dan weer onder andere het talent van Van Huylenbroeck om house parties te organiseren: "De man slaagt er samen met zijn vrouw in om 200 mensen in een huis te krijgen en te entertainen. Dat zijn kwaliteiten."  

Polls polls polls

Voor het debat kregen de aanwezigen de kans om hun stem uit te brengen via de stembakjes die uitgedeeld werden. Na afloop van het debat werd hen dezelfde vraag opnieuw gesteld: als u nu zou moeten kiezen, op wie zou u dan stemmen? De eerste keer, toen 170 mensen hun stem uitbrachten, kwamen Van de Walle en Van Herreweghe als de overduidelijke winnaars uit de bus, met 59% van de stemmen. Bij de tweede stemming, waar 164 aan deelnamen, bleken zij echter 2% gezakt te zijn, waar Van Huylenbroeck en De Saeger 13% waren gestegen. Niet alleen snoepten ze 2% af van Van de Walle en Van Herreweghe, maar ook schakelden 10% van de onbeslisten over naar hun kamp. Hoewel de Brexit en de presidentsverkiezingen in de VS al aantoonden dat we polls niet blindelings mogen vertrouwen, beloven de verkiezingen er toch heel spannend uit te zien. Om verkozen te worden moet een duo 2/3 van de stemmen halen. Beide duo's zullen dus nog wat campagne moeten voeren. 

Oplettenden merken op dat de som van de stemmen 101% maakt bij de tweede grafiek, dit ligt aan de software die de grafieken automatisch genereerde. Percentages worden daar afgerond naar boven, in werkelijkheid behaalden Van de Walle en Van Herreweghe 56,6%, Van Huylenbroeck en De Saeger 30,7 procent en was 12,7% onbeslist.  

#UGentkiest

 

Een debat is geen debat zonder vurige tweets. Er was een Twitterwall aanwezig, die zorgde voor een extra dimensie: het publiek moest niet enkel luisteren naar de kandidaten, maar kon als het ware ook zelf meepraten. "Drama op het podium én op de Twitterwall, het is als Familie en Thuis tegelijk volgen", tweette iemand. Diezelfde persoon ging ook lopen met de toptweet van de avond, een filmpje van vicerector-kandidaat Van Herreweghe die met haar vingers zit te draaien. 

#UGentkiest was trending tijdens het debat, er werd dus naar hartelust getweet. Onder andere de tweets over de fact check wat betreft het programma van Van de Walle en Van Herreweghe konden op veel bijval rekenen. Ook de Guidofuif was eventjes een fenomeen, er werd zelfs opgeroepen om Dies Natalis volgend jaar bij Van Huylenbroeck thuis te organiseren. Gedurende de rest van de verkiezingsperiode kan alles rond de rectorverkiezingen getweet worden onder deze hashtag, zeker het bekijken waard dus. 

De eerste stemronde loopt van 19 tot 21 april. Het rectordebat is opnieuw te bekijken op de Facebookpagina van Schamper.

Categorieën: Studentenbladen

Achterklap

Schamper Daily - vr, 24/03/2017 - 11:48
578OnderwijsSelin Bakistanli200 Kaarsjes

Het Faculteitenkonvent (FK) bezette van 14 tot 16 maart het studentenplein tussen het UFo en de Brug met het Dies Natalis pop-up festival. Het was de eerste keer dat het FK zich hieraan waagde. Eerlijk is eerlijk: het was geslaagd. Pro ciat! Op de laatste dag kwam rector Anne De Paepe ook langs en werd er taart uitgedeeld ter ere van de 200ste verjaardag van de universiteit. De rector verbaasde die dag ook vriend en vijand door een dansje te plaçeren met student Toon Develtere. Op hoge hakken. In het grind.

4 Universiteiten

U4, een samenwerking tussen universiteiten in Gent, Göttingen, Groningen en Uppsala, kwam weer eens bijeen. Ditmaal verzamelden de delegaties in Gent, zodat ze ook onze Dies Natalis zouden kunnen meepikken. Om de buitenlandse studenten kennis te laten maken met enkele aspecten van het Gentse studentenleven werd er een speciale cantus georgani- seerd. Dat de Duitse delegatie goed kon drinken, vermeldden we in een vorige editie al. Dat de Zweedse delegatie dat niet kan, geven we jullie nu mee. Fun fact: de cantus werd volledig betaald door de Afdeling Internationalisering van de UGent.

37 Doorzetters

Ooit al eens van Oostende naar Gent gewandeld? En ooit al eens van Oostende naar Gent gewandeld terwijl je een vat vooruit rolde? Studentenclub Dionysus kan op beide vragen positief antwoorden. Zondagnacht vertrokken de deelne- mende studenten vanuit Oostende en maandag om 20u45 kwamen de 37 doorzetters, en het vat, toe aan café Bierologie. Denk alsjeblieft aan dit verhaal wanneer je de volgende keer aan het vloeken bent bij het beklimmen van de Blandijnberg.

Categorieën: Studentenbladen

Lezersbrief: Comac polariseert studenten politieke en sociale wetenschappen

Schamper Daily - do, 23/03/2017 - 22:02
Wat te verwachten tijdens een les: partijpolitieke propaganda578Onderwijs

“Een politieke wetenschapper moet de politiek op zo’n objectief mogelijke manier kunnen bestuderen”, zo zette Carl Devos het academiejaar 2016-2017 in. Vandaag was deze objectiviteit echter ver zoek. Mag een student politieke wetenschappen niet verwachten dat hij de mogelijkheid krijgt om de vaardigheden te verwerven om politiek objectief te studeren? Studenten die pogen de lessen aandachtig te volgen weten een aankondiging voor een studentenactiviteit hier en daar zeker te smaken. Aan een resem stunts van (extreem-)linkse studenten die een mars voor solidariteit komen propageren aan de hand van een interactieve politieke actie en vervolgens diens lestijd te ontnemen, hebben zij zeker géén boodschap.

Rechtstaan, slogan scanderen, filmen. Normale gang van zaken?

Een aantal verenigingen komen hun komende evenementen aankondigen, reeds vijf minuten passeren ... Vervolgens komt Comac aan de beurt. Iedereen kent het wel: Comac met hun partijpolitieke propaganda. Maar deze keer gingen ze een stapje verder: in plaats van slechts hun evenement aan te kondigen, wou men weten of de aanwezigen het al dan niet eens waren. Aanvaardbaar, maar bovendien vroeg men aan de aanwezigen om recht te staan en de populistische slogan “Solidariteit kent geen grenzen, vluchtelingen zijn ook mensen” te scanderen. Waarop enkele studenten terug gingen zitten. De kers op de taart? De hele zaal wordt (zonder enige vorm van toestemming) op beeld vastgelegd en voorts gaat hun Facebook- en Twittertrein. Ook de mensen die liever niet deelnamen zijn overduidelijk herkenbaar in het filmpje en worden de mogelijkheid tot neutraliteit ontnomen. De mensen die niet akkoord waren of simpelweg niet wensten deel te nemen, kregen geen kans om de zaal te verlaten.

Een andere mening = geen hart

Iedereen heeft recht op vrijheid van meningsuiting, maar er zijn ook mensen die graag objectief blijven. Die noch links, noch rechts zijn. Het is niet omdat je blijft zitten dat je in een bepaald hokje hoort. In plaats van de dialoog te durven aangaan, stelt men dan bijzonder rigide: “Iedereen die akkoord is met Theo Francken heeft geen hart, iedereen die geen mening heeft ook voor mijn part”. Een andere mening blijkt een slechte mening te zijn. Enige vorm van tegenspraak blijkt moeilijk te liggen bij sommige leden van Comac. Intolerantie onder de zelfverklaarde toleranten. Elke student heeft naast recht op vrijheid van meningsuiting, het recht op het vrijwaren van zijn neutraliteit.

Ondergetekend student politieke wetenschappen Jan Vanhove, tevens NSV!'er.

Categorieën: Studentenbladen

East

Schamper Daily - do, 23/03/2017 - 22:00
578CultuurLieselot Le Comte

Het Ballet van Vlaanderen is back. Na het minder geslaagde 'West' ging vorige week de tegenhanger 'East' in première, opnieuw een drieluik. De avond opende met 'Kaash' van Akram Khan, een verfrissende breuk met het Westerse dansidioom. De ritmes van componist Nitin Sawhney werkten zo aanstekelijk dat je in de pauze her en der mensen kon horen naneuriën. Tegen de gestileerde scenografie van Anish Kapoor kwamen de krachtige bewegingen extra goed uit de verf. De monochromie contrasteerde mooi met de kleurrijke esthetiek van 'Secus'. Ohad Naharin walst tussen het delicate en de overdaad, alsof je in het hoofd van een borderlinepatiënt terechtkwam. Die spagaat zorgde ervoor dat de choreografie wat onbestemd werd. Ook danstechnisch was dit deel het zwakkere broertje. Gelukkig maakte de humor en het streepje naakt, voor één keer echt functioneel, veel goed. 'Requiem' vormde de apotheose van de avond. Cherkaoui liet zich weer eens van zijn meest interculturele kant zien met een beklijvend ballet op het Requiem van Fauré. De bewerking van Wim Henderickx voor het HERMESensemble zorgde verschillende keren voor kippenvel. Niet in het minst omdat de apocalyptische beelden op scène verdacht hard leken op beelden uit Syrië. Toch was de dans universeel genoeg om elke toeschouwer op een persoonlijke manier te raken. Tenzij je niet in de juiste mood was, want Requiem flirtte wel wat met kitsch. Het aangrijpende totaalspektakel zou zeker een staande ovatie gekregen hebben, mocht het gewoon korter geweest zijn. 

Categorieën: Studentenbladen

Transgender(wan)beleid

Schamper Daily - do, 23/03/2017 - 20:34
578OnderwijsSelin Bakistanli

Hoewel de Universiteit Gent sinds september een beleidskader voor transgenders heeft, lopen er nog steeds een aantal zaken spaak. We gingen praten met een studente die zelf transgender is over de moelijkheden die zij ondervond.

Er zijn naar schatting zo’n 300.000 transgenders in België. De Beleidscel Diversiteit en Gender vermoedt dat er nog geen 100 transgenders aan de UGent studeren, maar slechts een tiental is geregistreerd bij de Beleidscel. Toch heeft de universiteit een beleidskader voor transgenders goedgekeurd. Velen lijken hier echter niet van op de hoogte te zijn.

Geen beleid? Of wel? Of niet?

Op de site van de Beleidscel Diversiteit en Gender staat heel veel info, netjes onderverdeeld in categorieën en linkjes. Onder ‘Gender’ zien we dat het kopje ‘HOLEBI- en Transgenderbeleid’ al aangemaakt is, maar toch is er geen link die ons daadwerkelijk ergens naar verwijst. De Beleidscel legt uit dat er weldegelijk een beleidskader is aan de Universiteit Gent, maar dat de website nog niet is aangemaakt. De discussienota waarin de Beleidscel Diversiteit en Gender een beleidskader voor transgenders aan de UGent aanreikt is op 2 september 2016 goedgekeurd door de Raad van Bestuur van de universiteit.

De nota stelt dat de UGent een proactief transgenderbeleid nastreeft waar er in de eerste plaats naar gestreefd wordt om structurele discriminatie te bannen. Daarnaast wordt er ingezet op open communicatie en sensibilisering. Dat de UGent hiermee het voortouw zal nemen binnen het hogeronderwijslandschap is niet onbelangrijk en werd ook op de vergadering van de Raad van Bestuur aangehaald. Om de nota dan wat meer kracht bij te zetten is op de vergadering besloten om over het document te stemmen, waar het aanvankelijk enkel de bedoeling was om de nota te bespreken. We waren dan ook verbaasd dat noch het bestuur, noch de universiteit naar buiten is getreden met deze inspirerende en bijna unaniem goedgekeurde – slechts één bestuurslid stemde tegen - beleidsnota.

Ook Jana, zelf transgender en studente Logopedie aan de UGent, stuitte op een gebrek aan informatie tijdens haar online zoektocht. “Toen ik op de website van Diversiteit en Gender keek zag ik transgenderbeleid staan, maar ik kon er niet op klikken. Ik vond dat toen vreemd, maar het is al meer dan een half jaar zo”, legt ze uit. “Ik wist dus niet dat de UGent een beleid had en vind het een beetje jammer dat ze er niet mee hebben uitgepakt dat ze zo vooruitstrevend bezig zijn.”

What’s in a name?

Toch bleef Jana niet bij de pakken neerziten: in de veronderstelling dat ze nergens terechtkon is ze zelf beginnen rondmailen. “Omdat ik nergens vond wat ik moest doen, dacht ik eerst dat ik een bijzonder statuut moest aanvragen. Na heel wat heen-en-weer gemail bleek dit verkeerd. De mensen die het bijzonder statuut regelen stuurden mij door naar mijn opleiding zelf. Daar zeiden ze dat ze er rekening mee gingen houden, maar dat ik zelf mijn proffen moest inlichten. Daarnaast zeiden ze ook dat mijn officiële naam bewaard blijft op alle officiële documenten, maar ze gebruikten die naam ook nog steeds op niet-officiële documenten.”

Jana raadt de universiteit dan ook aan om een duidelijk onderscheid te maken tussen officiële en niet-officiële documenten. “Ik snap dat het belangrijk is voor officiële documenten zoals diploma’s en examens dat de juiste naam vermeld wordt. Niet-officiële documenten en documenten die op Minerva gepubliceerd zijn en openbaar zijn voor iedereen moeten de voorkeursnaam gebruiken”, legt ze uit. De voorkeursvorm van voornaam is een mogelijkheid die de UGent biedt voor bijvoorbeeld transgenders om een extra naam toe te voegen aan hun naam. Toen Jana hiernaar informeerde en haar voorkeursnaam doorgaf, werd dit enkel aangepast op Minerva. “Toen ik vroeg of dit ook op mijn e-mailadres, studentenkaart, groepslijsten en zo kon, vertelden ze me dat dit niet mogelijk was. Wat heb je aan een voorkeursnaam als die nergens gebruikt wordt? Het is heel confronterend als je oude naam voor iedereen zichtbaar is in een openbaar document.”

"Wat heb je aan een voorkeursnaam als die nergens gebruikt wordt?"

Inmiddels gaat ze officieel als Jana door het leven, maar zelfs na de naamswijziging bleef de administratieve rompslomp duren: toen ze vorige week in het Ufo om een nieuwe studentenkaart ging, gewapend met haar nieuwe identiteitskaart, vertelde men haar dat dit niet zomaar kon. “Ik had mijn identiteitskaart mee, ze konden kijken naar de rijksregisternummers die hetzelfde waren, maar toch was het niet mogelijk. Ik moest terugkeren met een bewijs van mijn naamswijziging.” Ze klaagt dan ook het gebrek aan begrip aan dat ze gedurende het hele proces heeft gekregen vanuit de UGent.

Spiekbriefje

“Transgenders krijgen in het UZ een genderpasje. Hier staat een oude en een nieuwe foto op, en worden de twee namen vermeld”, vertelt Jana. “Op examens heb ik die mee. Soms denken ze dat het een spiekbriefje is, maar hoe moet ik anders bewijzen wie ik ben als ik niet lijk op de persoon die op mijn studentenkaart staat? Het is vermoeiend om bij het afgeven van een examen telkens opnieuw uit te leggen waarom dit zo is.”

"Laat studentenkaarten representatief zijn"

Daarom raadt ze de universiteit aan om op zijn minst de mogelijkheid te bieden om de studentenkaart aan te passen: “Laat die representatief zijn. Zet er desnoods een dubbele naam op, maar geef de optie om die naam erop te zetten. Nu is dit er niet en is identificatie bij examens moeilijker. Op andere onderwijsinstellingen, zoals de HoWest is dit wel mogelijk. Nochtans maakt HoWest deel uit van de AUGent (Associatie Universiteit Gent, red.).”   

Wat je van studenten leren kan

Jana is praeses van Urgent.fm, de studentenradiozender van de Universiteit Gent. Ze was al actief bij Urgent.fm voor haar coming out, die naar eigen zeggen heel goed onthaald werd. “Het administratieve was meteen in orde, ik kreeg een nieuw domeinadres en de vrijwilligerslijst is ook snel aangepast. Na twee dagen was alles geregeld”, duidt ze op de vlotte aanpak. “Daar kan de UGent misschien nog iets van leren.”

"De UGent kan iets leren van haar studentenverenigingen"

Ook in de Vergadering der Konventsvoorzitters (VKV), waar Jana lid van is namens Urgent.fm, reageerde iedereen er goed op. Het enige wat wel nog steeds een probleem was, is het controlepaneel van de Dienst Studentenactiviteiten, waar ze enkel toegang toe kreeg met haar oude naam. “Ik heb duidelijk doorgegeven hoe het zat en welke naam ik heb, maar ze bleven mijn oude naam gebruiken. Pieter (De Pauw, de studentenbeheerder, red.) heeft bijvoorbeeld ook mijn aanvraag voor een bijzonder statuut als konventsvoorzitter ingediend onder Jana, maar de UGent heeft het statuut op mijn oude naam gezet. Er wordt dus wel initiatief genomen vanuit de VKV en Pieter, maar de UGent kaatst dit terug en het is stom dat het zo moet lopen”, betreurt Jana.

Progressief en vooruitstrevend

In mei 2016 lanceerde Stad Gent het Regenboogactieplan, waarin acties opgenomen zijn om van Gent een holebi- en transgendervriendelijke stad te maken. De transgenderproblematiek is zeer actueel, en niet enkel in België. Jana’s verhaal toont maar enkele van de pijnpunten aan waarmee transgenders te maken krijgen, ook in progressieve en vooruitstrevende steden als Gent. Hopelijk kan het proactieve transgenderbeleid dat de UGent voor ogen heeft hier verandering in brengen.

De discussienota omvat drie speerpunten om transgender studenten en medewerkers in staat te stellen om zonder hindernissen te studeren en te werken aan de UGent. Een eerste is het erkennen van een derde genderaanduiding, zijnde ‘X’. Ten tweede willen ze het gebruik van de nieuwe voornaam in niet-officiële communicatie mogelijk maken. De UGent erkent de structurele discriminatie tegenover transgenders en wil daarom de hierboven vermelde voorkeursnaam mogelijk maken op alle niet-officiële documenten, zoals op studentenkaarten. Daarnaast zou het ook mogelijk worden om de voorkeursnaam op examens te vermelden. Ten derde wil de universiteit inzetten op sensibilisering en beeldvorming.

De nota van de Beleidscel Diversiteit en Gender eindigt met de gevleugelde woorden “De UGent neemt een voortrekkersrol op en moedigt andere hogeronderwijsinstellingen aan om een transgenderbeleid uit te werken”. Misschien is het dan ook geen slecht idee om eindelijk met dit beleidskader naar buiten te treden, niemand raakt immers geïnspireerd door een verborgen tekst.

Categorieën: Studentenbladen
Abonneren op Vlaamse Vereniging van Studenten aggregator - Studentenbladen