Goede oriëntering start op tijd

Scholieren en studenten doen voorstellen voor een beter oriënteringsbeleid

September 2013

Amper 40% van de eerstejaars slaagt in het hoger onderwijs. Voor scholieren en studenten is de oorzaak niet ver te zoeken. 'Verder studeren na het secundair onderwijs vraagt van jongeren en studenten heel wat aanpassingsvermogen', klinkt het bij de bij de Vlaamse Scholierenkoepel (VSK) en de Vlaamse Vereniging van Studenten (VVS).

VSK en VVS pleitten in mei 2012 al samen voor een versterking van het oriënteringsbeleid. Maar ook tijdens bevragingen van scholieren vorig schooljaar kwamen heel wat pijnpunten van de oriëntering terug naar boven. Scholieren geven aan dat ze te weinig weten welke richtingen er bestaan. Zij zijn voorstander van een verplichte maar niet bindende oriënteringsproef die verder gaat dan enkel interesses tonen, maar echt concrete richtingen voorstelt. Die test moet passen binnen een goed ontwikkeld oriënteringsbeleid binnen de secundaire scholen. De onderwijskoepels, het GO! en de CLB's moeten de scholen aanmoedigen en ondersteunen om vanaf het begin van de derde graad een geïntegreerd oriënteringsbeleid naar het hoger onderwijs uit te werken', aldus bestuurslid Kaylee Surgeloose van de Vlaamse Scholierenkoepel.

En ook VVS wijst er verder op dat het oriënteringsbeleid doordacht moet gebeuren. 'De proeven moeten wetenschappelijk samengesteld worden met input vanuit het hoger en het secundair onderwijs, maar ook in samenspraak met scholieren en studenten', licht Bram Roelant van VVS toe. 'Omdat een oriënteringsbeleid een grote impact kan hebben op de keuzes die leerlingen en studenten maken rond hun studierichting is het noodzakelijk dat er eerst een pilootproject wordt opgezet. Zo kunnen in een eerste fase de gunstige effecten gecontroleerd worden en de pijnpunten worden weggefilterd. Verder is belangrijk om dit systeem van oriënteringsproeven na enkele jaren op wetenschappelijk gevalideerde wijze te evalueren en te kijken of er een positief effect te vinden is'. VVS wil daarom twee progressieve oriëntatieproeven op het einde van de tweede graad en op het einde van het secundair onderwijs. De eerste proef zal vooral peilen naar de interesses van leerlingen, waar de tweede proef interesses, maar ook vaardigheden en begincompetenties voor het hoger onderwijs zal testen.

Lees het VVS-standpunt over de oriënteringsproef hier en het standpunt over oriëntering in het algemeen hier.