Instroom – Doorstroom - Uitstroom

De Vlaamse overheid wil inzetten op instroom, doorstroom en uitstroom van studenten in het hoger onderwijs en dit vooral wat betreft studenten die onevenredig vertegenwoordigd zijn in het Vlaamse hoger onderwijs. De participatiegraad van deze groepen wil de Vlaamse overheid significant verhogen. Daarvoor zijn al verschillende veranderingen in het hogeronderwijsbeleid doorgevoerd, bv. de invoering van het aanmoedigingsfonds of de invoering en uitwerking van studievoortgangsbewaking, alsook de invoering van het leerkrediet.

1.Wat vooraf ging

I - Instroom

Door de open toegang tot ons hoger onderwijs, is de instroom tot dat hoger onderwijs zeer heterogeen. Ook bepaalde sociaaleconomische groepen die vroeger minder de stap naar het hoger onderwijs zetten, worden nu gestimuleerd om dat wel te doen, door bijvoorbeeld de oprichting van het aanmoedigingsfonds. De middelen in dit fonds zijn specifiek bestemd om gelijke kansen en diversiteit in het hoger onderwijs aan te moedigen. Om ervoor te zorgen dat instellingen kunnen voldoen aan de specifieke noden die een heterogene studentenpopulatie vereist, is er nood aan extra middelen.

De flexibilisering vereist immers een goede administratie, goede informatie-uitwisseling en goede begeleiding van studenten. Het is belangrijk dat studenten goed nadenken over hun studiekeuze. Om de kosten te beperken is het van groot belang dat de student onmiddellijk in het juiste traject terechtkomt. Daar zou een succesvol studiekeuzeproces aan vooraf moeten gaan, dat tijdig dient te starten in het secundair onderwijs. Meer informatie over oriëntering vind je in de infofiche over oriëntering.

Door de individuele benadering worden ook nieuwe doelgroepen aangespoord om deze stap te zetten bv. werkstudenten en buitenlandse studenten. Voorlopig is het nog onduidelijk of de complexiteit van het hele systeem de doelgroepen niet te veel afschrikt. Om zij-instromers, volwassenen die ergens anders al de nodige kennis hebben opgedaan en in een verdere fase van de opleiding kunnen instromen in het hoger onderwijs, en herintreders, volwassenen die beslissen terug te keren naar het hoger onderwijs, aan te trekken is er nood aan de juiste omkadering, educatief verlof en moet er rekening gehouden worden met hun specifieke behoeften. Via EVC/EVK wordt het mogelijk om de studievoortgang te versnellen of te vereenvoudigen. Helaas blijkt dat de procedures die daarvoor doorlopen moeten worden, zo complex zijn dat het systeem niet ten volle benut kan worden.

D - Doorstroom

De overheid heeft het leerkrediet in het leven geroepen om de student ook tijdens de studeercarrière, wat we de doorstroom noemen, een stimulans te geven om studievoortgang te boeken. Door het leerkredietsysteem is het belangrijk dat studenten tijdig van richting veranderen als ze merken dat de richting niets voor hen is. Door de flexibilisering van het hoger onderwijs met de invoering van de bachelor-masterstructuur en het werken met credits wordt het mogelijk om als student een individueel traject te volgen. Studievoortgangsbewaking kan ervoor zorgen dat het verdere traject van de student zorgvuldig bewaakt wordt. De student krijgt bij een zekere studievertraging maatregelen opgelegd vanuit de instelling. Wanneer en welke maatregelen er opgelegd worden aan de student, wordt door iedere instelling individueel bepaald. Dit wil wel zeggen dat een instelling, wanneer er problemen opduiken wat betreft de studievoortgang van een student, kan starten met individuele studietrajectbegeleiding.

In het vroegere systeem bestonden weinig doorstroommogelijkheden tussen de opleidingen van één cyclus (graduaten) en de universiteiten. Eén van de doelstellingen van de hervorming van het hoger onderwijs was zeker het bevorderen van het doorstromen van afgestudeerden uit het professioneel hoger onderwijs naar de universiteit via de zogenaamde schakelprogramma's. Deze doorstroom loopt echter niet van een leien dakje en vereist de nodige begeleiding en ondersteuning.

U - Uitstroom

Wat de uitstroom betreft is de begeleiding van kansengroepen naar de arbeidsmarkt van belang. De arbeidsmarkt zelf kan ook aansturen op curriculumhervormingen om zo de kansen van pas afgestudeerden te verhogen.

Hoe wordt dit aangemoedigd vanuit de Vlaamse overheid? De middelen uit het Aanmoedigingsfonds moeten door de hoger onderwijsinstellingen gebruikt worden om gelijke kansen en diversiteit in het hoger onderwijs aan te moedigen en in het bijzonder om maatregelen te nemen die de instroom, doorstroom en uitstroom bevorderen van studenten uit bevolkingsgroepen die ondervertegenwoordigd zijn in het hoger onderwijs.

VVS ziet in werkplekleren een nodige link tussen het hoger onderwijs en de arbeidsmarkt. In haar standpunt hierover vraagt VVS om meer aandacht voor kwaliteitsvol werkplekleren. Zowel de arbeidsmarkt als het hoger onderwijs hebben hier een belangrijk rol te spelen, maar ook voor de student zijn een aantal verantwoordelijkheden weggelegd. Enkele problemen die momenteel bestaan, zoals het ontbreken van stagecontracten, te weinig aandacht voor studenten uit specifieke doelgroepen of internationale stagiairs, willen we opgelost zien. De arbeidsmarkt moet bewust gemaakt worden van het belang van werkplekleren en haar medewerking daaraan. VVS wil tot slot benadrukken dat een ervaring van werkplekleren, zeker binnen een tweejarige master, voor alle studenten mogelijk moet zijn.

2.Stand van zaken

Iedere instelling houdt er een eigen studievoortgangsbewakingssysteem op na. VVS pleit voor transparantie en eenvormigheid. VVS vindt een efficiënte instroom, doorstroom en uitstroom zeer belangrijk omdat iedere student succesvol moet kunnen deelnemen aan het hoger onderwijs en optimaal door zijn studeercarrière geloodst moet worden.

3.De toekomst

VVS stuurt aan op het verzamelen van voldoende systematisch en gedifferentieerd bijgehouden gegevens. Tot op heden zijn er maar weinig beschikbare gegevens om de instroom, doorstroom en uitstroom van studenten te staven.

Concrete acties die kunnen ondernomen worden zijn:

  • Actief doelgroepenbeleid dat rekening houdt met de verschillende startposities van studenten, dat ernaar streeft dat iedereen evenveel kansen krijgt om gekwalificeerd uit te stromen
  • Flexibele route voor zij-instromers en doelgroepstudenten
  • Levenslang leren stimuleren (herintreders)
  • Hoger beroepsonderwijs verder uitbouwen
  • Betere afstemming van de studiefinanciering op de reële studiekost
  • Verhoging van de inkomensgrenzen van studiebeurzen
  • Verhoging van het aantal studiebeurzen
  • Goede studiekeuzebegeleiding
  • Adequate informatieverstrekking
  • Om te voldoen aan de vraag van de arbeidsmarkt is het van belang om meer hoger opgeleiden te laten uitstromen en de uitstroom beter af te stemmen op de huidige en toekomstige behoefte binnen Vlaanderen. Om de uitstroom te kunnen verhogen moet de instroom zo ruim mogelijk zijn.

Studievoortgangsbewaking versus leerkrediet: hoe zal dit verder ontwikkelen?

De evaluatie van het AMF blijft voorlopig uit dus de invulling van dit fonds in de toekomst blijft voorlopig onduidelijk.

4.Links en contact

Meer info: Vlaamse raad voor wetenschapsbeleid, "Onderwijs: Kiem voor onderzoek en innovatie", (2008) (http://www.vrwi.be/pdf/studiereeks21.pdf)

Bea Bossaerts : Hoger onderwijs voor elk talent, Koning Boudewijnstichting (2007), (http://www.kbs-frb.be/uploadedFiles/KBS-FRB/05%29_Pictures,_documents_an...)

Voor studievoortgangsbewaking versus leerkrediet: zie infofiche leerkrediet.

Voor meer info over AMF: zie infofiche AMF

Voor meer info over oriëntering: zie infofiche oriëntering

Standpunt werkplekleren:

(http://www.vvs.ac/standpunt-studieori%C3%ABntering-15-03-2012)

Stafmedewerker: Annelies Raveydts, onderwijs@vvs.ac

Hanne Adriaens; sociaal@vvs.ac