Integratiedecreet

Het integratiedecreet bepaalt bovenal de integratie van de academische hogeschoolopleidingen in de universiteiten. Daarnaast worden ook Schools of Arts en de taalregeling geregeld in dit decreet.

1.Wat vooraf ging

Na een onderscheid tussen hoger onderwijs van het korte en lange type, en later de kandidaturen en licentiaten, bepaalde het structuurdecreet in 2003 de overgang naar de BAMA-structuur. Het hoger onderwijs werd vanaf dan georganiseerd in bachelor- en masteropleidingen. In datzelfde verband werd de academisering opgestart: de verwevenheid tussen onderzoek en onderwijs moest veel sterker worden. Daarom werden in dit stadium associaties opgericht: een samenwerking tussen één universiteit en verschillende hogescholen, ervan uitgaand dat universiteiten de ideale omgeving zijn om de onderzoekscomponent te verbinden met onderwijs.

Het gevolg van deze hervorming was een dubbele binariteit. Er zijn nu academische en professionele opleidingen (verdeeld in bachelors (3 jaar) en masters (3+1 jaar of 3+2 jaar)) die worden aangeboden door hogescholen en universiteiten.

Die binariteiten lopen echter niet gelijk, aangezien de academische opleidingen worden aangeboden door hogescholen en universiteiten, en professionele opleidingen slechts door hogescholen.

Het integratieproces is een stap richting de rationalisering (en dus vereenvoudiging) van het Vlaamse hoger onderwijs. De professionele opleidingen zullen alleen nog worden aangeboden door hogescholen en de academische opleidingen alleen aan universiteiten.

2.Stand van zaken

Op 5 juli 2012 werd het integratiedecreet goedgekeurd in de plenaire zitting van het Vlaams Parlement. Dit decreet bevat drie grote elementen: de integratie van academische opleidingen, oprichting van Schools of Arts en de taalregeling.

Integratie van de opleidingen

Vanaf 2013-2014 zullen de hogescholen de bevoegdheid voor het inrichten van academische opleidingen integraal overdragen aan de universiteit van hun associatie. Het gaat daarbij over initiële bachelor- en masteropleiding, bacheloropleidingen gericht op een master, master-na-masteropleidingen en alle hieraan verbonden schakel- en voorbereidingsprogramma's. Deze operatie betreft meer dan 20.000 studenten die van instellingen veranderen. Dit wil echter niet zeggen dat zij zich fysiek zullen moeten verplaatsen.

De integratie brengt tal van vraagtekens met zich mee. Zo is het onduidelijk wat de gevolgen zijn voor het personeel, de overblijvende professionele bacheloropleidingen, de financiering, de organisatie van de studentenvertegenwoordiging,…

De universiteit staat vanaf de integratie in voor het onderwijs- en onderzoeksbeleid, de kwaliteitszorg voor onderzoek en onderwijs, een overdrachtsregeling voor studenten die halfweg hun opleiding van instelling veranderen, het overnemen van credits, gedelibereerde onderdelen en vrijstellingen en ze moet een examenregeling voorzien die gedurende twee jaar de overgang begeleidt. Ook de verantwoordelijkheid voor accreditatie (gehaald of nog te halen) wordt door de universiteit overgenomen.

De associaties staan na de integratie in voor de inhoudelijke en organisatorische verbinding tussen professionele en academische opleidingen (doorstroommogelijkheden), de coördinatie en bevordering van onderzoek en de link tussen fundamenteel en praktijkgericht onderzoek, de logistieke coördinatie van de integratie (bib, digitaal platform, ICT, …) en de verdere evolutie naar een geïntegreerde hogeronderwijsruimte.

Schools of Arts

De kunstopleidingen vormen een uitzondering op de rationalisering en integratie van academische opleidingen. De professionele en academische kunstopleidingen worden georganiseerd in relatief onafhankelijke Schools of Arts binnen een hogeschool. De hogeschool krijgt overheidstoelagen en reikt diploma's uit, maar verder voert de School of Arts haar eigen bestuur. Deze Schools of Arts worden bestuurd door vertegenwoordigers van de hogescholen én van de geassocieerde universiteiten.

Taalregeling

De onderwijstaal in het Vlaamse hoger onderwijs is Nederlands, tenzij het onderwerp een andere taal betreft, er gastdocenten zijn, studenten op eigen initiatief naar het buitenland gaan of de anderstaligheid een duidelijke meerwaarde biedt.

Er zijn maximumpercentages voor het aantal anderstalige opleidingsonderdelen die binnen een opleiding mogen worden aangeboden. Voor een anderstalige opleiding moet binnen de Vlaamse Gemeenschap een Nederlandstalig equivalent bestaan, eventueel aan dezelfde instelling.

De taalregeling stelt ook voorwaarden aan de talenkennis van docenten en er moet taalbegeleiding voorzien worden voor studenten.

Binnen een Nederlandstalige opleiding mag je examens hoe dan ook in het Nederlands afleggen.

3.De toekomst

In het academiejaar 2012-2013 moet de academisering formeel voltooid worden, zodat de integratie kan ingaan vanaf 2013-2014. Daarop volgend zal de uitrol op alle vlakken nog tien jaar voortduren.

VVS wil blijven inzetten op een duidelijke communicatie naar studenten en een goede ondersteuning van studentenparticipatie doorheen het integratieproces. Ook de sociale voorzieningen baren ons nog zorgen en blijven een aandachtspunt. VVS blijft de vinger aan de pols houden in dit dossier.

4.Links en contact

Voor alle informatie over het integratiedecreet:
http://www.ond.vlaanderen.be/HOGERONDERWIJS/integratie/default.htm

(De eenvoudigste tekst vind je in de Memorie van Toelichting)

Stafmedewerker: Annelies Raveydts, onderwijs@vvs.ac