Leerkrediet

Het leerkrediet is een systeem om studievoortgang van een student te meten. De student wordt op deze manier mede-verantwoordelijk want als je 'rugzakje' leeg is, mag een instelling je inschrijving weigeren, want de instelling heeft geen recht meer op financiering. De overheid ziet dit systeem los van de studievoortgangs-bewaking, als verantwoordelijkheid van de instellingen om de studievorderingen van de student mee te bewaken.

1.Wat vooraf ging

Het leerkrediet werd in het academiejaar 2008-2009 ingevoerd als onderdeel van het financieringsdecreet, dat de nieuwe financiering van de hogeronderwijsinstellingen vastlegt. Hiermee werd tegemoet gekomen aan de nood tot vernieuwing van de basis voor financiering door de overgang van studiejaren naar studiepunten als basiseenheid om de studievoortgang te bewaken zoals vastgelegd in het flexibiliseringsdecreet van 30 april 2004. Voordien werd een opleiding opgedeeld in studiejaren en kon een student pas starten aan het daaropvolgende jaar wanneer hij voor het eerste jaar geslaagd was. Per studiejaar werden voorwaarden voorzien om de student te delibereren. Dit systeem, dat het studiejarensysteem wordt genoemd, was zeer duidelijk: de student was geslaagd of hij was niet geslaagd.

Door de hele flexibilisering verandert de inhoud van 'studiejaar' door de invoering van een creditaccumulatiesysteem.

Een student lijkt toch naar zijn tweede jaar te kunnen gaan zonder dat hij alle noodzakelijke creditbewijzen voor al zijn opleidingsonderdelen behaald heeft. Studenten krijgen ook de mogelijkheid om individuele trajecten uit te bouwen en kunnen op deze manier op hun eigen ritme studeren.

In dit zeer divers onderwijslandschap waarbij iedereen indien gewenst een eigen traject kan volgen, zou het leerkrediet studenten er toe moeten aanzetten om geen studievertraging op te lopen. Het leerkrediet kan hier bekeken worden als een ultieme studievoortgangsbewaking, maar met desastreuze gevolgen eens het individuele leerkrediet definitief uitgeput geraakt. De overheid heeft het leerkrediet ontworpen om de verantwoordelijkheid van studiesucces niet enkel bij de instellingen te leggen. Zij worden door middel van outputfinanciering al aangespoord om alles in het werk te stellen om de student zo goed mogelijk te ondersteunen zodat hij zijn diploma kan behalen. De student moet geslaagd zijn vooraleer financiering ontvangen kan worden. Het leerkrediet is een manier om de verantwoordelijkheid die de studenten dragen voor hun studievoortgang en studiesucces uit te drukken. Als student die zich voor het eerst in het hoger onderwijs waagt, start men met een leerkrediet van 140 studiepunten. Hiermee kan de student 'betalen' als hij opleidingsonderdelen opneemt. Als voor deze opleidingsonderdelen creditbewijzen behaald worden, kunnen de ingezette studiepunten terugverdiend worden. De hoogte van het leerkrediet zou de student in staat moeten stellen om een masterdiploma te behalen, zelfs wanneer hij enige studievertraging oploopt. Er worden ook enkele (eenmalige) opbouwmechanismen voorzien met het oog op levenslang leren. Het is belangrijk te weten dat enkel studenten met een positief individueel leerkrediet financierbaar zijn, studenten met een negatief leerkrediet niet. Het staat de instellingen vrij om zelf te beslissen of deze student nog wordt toegelaten bij de inschrijving.

De principes van het leerkrediet werden vastgelegd in het financieringsdecreet. De student krijgt een rugzakje van studiepunten dat hij kan inzetten tijdens zijn studies.

Als een student niet meer over voldoende leerkrediet beschikt op het moment van de inschrijving, dan ontvangt de instelling geen financiering meer door de overheid voor deze student voor dat gedeelte waarvoor deze student over onvoldoende leerkrediet beschikt. Is zijn rugzak leeg, dan financiert de overheid de studie van deze student niet langer en mag de instelling de student weigeren of verhoogd studiegeld vragen, maar ze is daar niet toe verplicht.

Bij het behalen van een initieel masterdiploma wordt het initiële leerkrediet van 140 studiepunten opnieuw van het leerkrediet afgetrokken. De decreetgever drukt hiermee uit dat de publieke bekostiging van de student in principe beëindigd is. Om de student een tweede kans te geven zijn er wel enkele mechanismen voorzien voor (automatische) heropbouw.

2.Stand van zaken

Dit academiejaar zal het leerkrediet voor het zesde academiejaar in voege zijn en stilletjes aan zullen de gevolgen van het leerkrediet voor de student duidelijk worden. Het leerkredietsysteem is nog vrij nieuw en sommige regelingen moeten nog bijgesteld worden bv. wat te doen bij overmacht. De instellingen bekijken hoeveel studenten een negatief leerkrediet hebben, hoe ze daarop moeten reageren en in hoeverre harmonisering mogelijk is. Een volledige evaluatie staat ten vroegste gepland tegen eind 2014, samen met de andere elementen uit het financieringsdecreet.

De Vlaamse overheid heeft beslist eerst de evaluatie van het integratiedecreet af te wachten en de impact van dat decreet op het hoger onderwijs in kaart te brengen.

Het leerkrediet is op zich een simpele rekensom zolang je een modeltraject volgt, maar door de vele uitzonderingen en compensaties is het een complex systeem geworden. Om het systeem volledig te begrijpen moeten er al specialisten aan te pas komen.

3.De toekomst

VVS is voorstander van ondersteunde responsabilisering, waarbij de student zelf ook verantwoordelijkheid draagt voor zijn studiecarrière. VVS is van de overtuiging dat de invoering van de outputfinanciering al voor voldoende verantwoordelijkheid en responsabilisering zorgt bij de instellingen en dat het gebruik van het leerkrediet niet noodzakelijk is. VVS pleit daarom voorstudievoortgangsbewaking in plaats van leerkrediet, omdat de mogelijkheden voor een persoonlijke en doelgerichte aanpakhierbij groter zijn dan bij het leerkrediet. Er kan ook sneller ingegrepen worden, het systeem is duidelijker en de persoonlijke aanpak wordt zeker als een pluspunt ervaren.

De discussie moet gevoerd worden rond de kern van het leerkrediet en niet over 'hoe het systeem te optimaliseren'. Ook studievoortgangsbewaking moet bij dit thema belicht worden. Wat zouden de voordelen zijn van eenzelfde systeem van studievoortgangsbewaking? Deze vragen dienen bij de evaluatie van het leerkrediet zeker aan bod te komen.

4.Links en contact

- VVS-visie leerkrediet (15 maart 2012), alfresco VVS

- Wetgeving WetwijsFinancieringsdecreet (http://www.ond.vlaanderen.be/wetwijs/thema.asp?id=235)

- Adriaens, H. (2010): Het ontstaan en de implementatie van het leerkrediet in het Vlaamse hoger onderwijs.

- Om te weten te komen hoe jouw instelling met het leerkrediet omgaat, bekijk het onderwijs- en examenreglement van jouw instelling.

- Voor alle informatie vanuit de overheid op maat van de student te bezichtigen en de stand van je leerkrediet te bekijken: https://studentenportaal.vlaanderen.be/dho-portaal/start.do

- Evaluatie van de implementatielasten naar aanleiding van de flexibilisering van het hoger onderwijs. Deelrapportage Thema 3: Leerkrediet en studievoortgangsbewaking (juni 2012) (Werkgroep evaluatie implementatielasten flexibilisering Departement Hoger onderwijs Vlaamse ovehreid)

- voor meer info over creditaccumulatiesysteem, zie infofiche flexibiliseringsdecreet

Stafmedewerker: Annelies Raveydts, onderwijs@vvs.ac