Studiegelden

Studiegelden, beter bekend als 'inschrijvingsgeld' onder de studenten, zijn de meest herkenbare studiekost die een student moet betalen om deel te kunnen nemen aan het hoger onderwijs. Naar aanleiding van de tendens in omringende landen de studiegelden drastisch te verhogen houdt VVS de vinger aan de pols om dit in het studentenbelang tegen te gaan en alternatieven aan te reiken om de nodige financiële middelen te verwerven.

1.Wat vooraf ging

Studiegelden wordt in het flexibiliseringsdecreet beschreven als "het bedrag te betalen door de student voor de deelname aan onderwijsactiviteiten en/of examens". De maximale hoogte van het studiegeld is door de Vlaamse Overheid decretaal vastgelegd. Jaarlijks bepalen de instellingen voor 1 mei de bedragen voor de studiegelden voor het daaropvolgende academiejaar op basis van een document van de Vlaamse Overheid dat toelichting geeft bij de studiegelden voor het komende studiejaar, voorzien van de geïndexeerde prijzen. Er worden sociale maatregelen voorzien voor de minvermogende studenten, op basis van het al dan niet recht hebben op een studietoelage (beursstudent, bijna-beursstudent en niet-beursstudent). Wettelijk is het instellingsbestuur verplicht om met de studentenraad te overleggen over de vaststelling van de studiegelden. De studentenraad kan advies geven over alle studentenbelangen en het bestuur moet een gemotiveerd antwoord geven.

Bij de bepaling van het studiegeld wordt een opdeling gemaakt tussen: initiële bachelor of master, ontoereikend leerkrediet, banaba en manama en andere types (buitenlandse studenten …). Het studiegeld wordt opgedeeld in een vaste kost en variabel deel en dit, indien gewenst, onderhevig aan indexatie.

Eens het studiegeld bepaald is, bestaan onder instellingen aanzienlijke verschillen bij de inning van studiegelden (volle pot, correcte tarief met bewijsplicht, tarief waaraan je denkt te voldoen zonder bewijsplicht, gespreide betaling, enkel vaste kost [variabele kost na voltooiing inschrijving november]).

De student moet waakzaam zijn voor verdoken studiegelden. Instellingen mogen immers geen extra kosten aanrekenen voor studiegebonden zaken.

2.Stand van zaken

Op dit moment gaan er stemmen op om het studiegeld in Vlaanderen (drastisch) te verhogen, naar analogie van het recent verhoogde studiegeld in bijvoorbeeld Engeland en Nederland. Of en in hoeverre de Vlaamse overheid het studiegeld zal verhogen, valt af te wachten. Vluhr werkte, in consensus met VVS, in het academiejaar 2011-2012 een voorstel uit om de studiegelden, en vooral de bepaling ervan, te vereenvoudigen en zo de administratieve belasting sterk te verminderen. De Vlaamse overheid werkte een tegenvoorstel uit, zonder dat er met de Vlhur een consensus behaald. Daarom werd eind augustus 2012 vanuit de overheid een adviesaanvraag aan de Vlhur om hierin een consensusvoorstel uit te werken. VVS heeft zich met de inname van een nieuwe standpunt (2011) voorbereid zodat ze kort op de bal kan spelen als een verhoging van het studiegeld daadwerkelijk op tafel wordt gelegd. Intussentijd bracht de Vlor haar advies uit over een vereenvoudigd studiegeldenmechanisme. Het heeft tot doel het systeem te vereenvoudigen en zo voor meer transparantie te zorgen naar studenten en hun ouders toe. Dit voorstel brengt voor de meerderheid van de studenten geen verhoging van het studiegeld met zich mee. In het onderwijsdecreet ODXXIII neemt de Vlaamse overheid deze redenering bijna volledig over. Ze volgt echter niet de redenering om de studiegelden voor bijna-beursstudenten op dezelfde hoogte te brengen van de studiegelden voor de beurstariefstudenten. Dit leidt enkel voor deze groep tot een sterke vermindering van het studiegeld. In het memorie van toelichting geeft de overheid aan dat er 'voorlopig' géén discussie gevoerd wordt over de hoogte van de studiegelden.

3.De toekomst

Vanaf het academiejaar 2014-2015 wordt de nieuwe berekening voor studiegelden toegepast. Dit brengt een vereenvoudiging van de studiegelden met zich mee. Vanaf dat moment komt er een lineair systeem met een vast (start)bedrag dat verhoogd wordt met een bedrag per opgenomen studiepunt. Dat laatste bedrag is variabel en afhankelijk van de categorie van de student (beursstudent, bijna-beursstudent of niet-beursstudent). Er is dus niet langer één vast bedrag per beurs- of bijna-beursstudent, zoals tot nu het geval was. Deze bedragen zijn voor alle instellingen gelijk en er zijn geen verschillen meer mogelijk tussen hogescholen en universiteiten of instellingen onderling, omdat de bedragen vastgelegd worden.

VVS staat klaar om de belangen van de studenten te verdedigen als er gesproken wordt over een verhoging van studiegelden. VVS waakt mee over de implementering van het nieuwe berekeningsmechanisme van de studiegelden

4.Links en contact

- Nota studiegelden VVS [december 2011]:http://www.vvs.ac/standpunt-studiegelden-28-04-2011]

- document 'Afdingen op studiegelden:2010-2011'

- Wetgeving Edulex: Decreet betreffende de flexibilisering van het hoger onderwijs in Vlaanderen en houdende dringende hogeronderwijsmaatregelen. (http://www.ond.vlaanderen.be/edulex/database/document/document.asp?docid=13528)

aanpassing flexibiliseringsdecreet in OD XXIII

- VLOR-Advies voor een vereenvoudigd studiegeldenmechanisme [januari 2013] (http://www.vlor.be/sites/www.vlor.be/files/rho-rho-adv-003_1.pdf)

Stafmedewerker: Hanne Adriaens,sociaal@vvs.ac