Zet het belang van de student terug centraal!


Voor de vierde week op rij gaan de haren op mijn hoofd rechtstaan. Al enkele weken is er namelijk berichtgeving over het studierendement van de studenten in het hoger onderwijs. Het aantal studenten dat zijn diploma haalt in de hiervoor voorziene periode is namelijk gedaald naar 1/3. Dit zijn de cijfers en jammer genoeg de realiteit. De experts wijten dit meestal aan het feit dat studenten nu flexibel kunnen studeren en dus heel gemakkelijk vakken van het vorige academiejaar kunnen mee nemen naar het volgende.

Maar het verhaal is zoveel complexer dan hoe het wordt voorgesteld, dat weet ik als voorzitter van de Vlaamse Vereniging van Studenten maar al te goed. Maar omdat de problematiek rond studierendement zoveel ingewikkelder is, kost het dus ook meer tijd om het uit te leggen. Wat er over het algemeen geschreven wordt in de media is dus hetgene dat makkelijk en vlot leesbaar is, maar gaat te kort door de bocht. Het feit dat ik als student achtergrondkennis heb, is echter niet de enige reden dat mijn haren recht gaan staan. Ik ben namelijk een van die studenten. Ik heb mijn weg moeten zoeken, heb twee jaar gestudeerd voordat ik ben gestruikeld op de universiteit, heb mezelf geheroriënteerd, in drie jaar tijd een professionele bachelor gehaald en probeer het nu terug op de universiteit. Maar ik studeer dus al twee jaar te lang! Ik ben dus een van die studenten die overheidsgeld heeft verkwist en zijn ouders op kosten jaagt. Ik zou me bijna schuldig voelen als ik niet beter wist en wat er zaterdag in De Standaard stond geschreven niet beter kon plaatsen.

Het systeem van flexibilisering en het daaraan gekoppeld leerkrediet is ingevoerd tijdens het eerste jaar dat ik ging studeren, zes jaar geleden in het academiejaar 2008-2009. Toen ik begon kon bijna niemand me uitleggen wat het leerkrediet was en hoe het zou werken, een minderheid van de studenten was mee met de vernieuwing. Heel simpel gezegd is het leerkrediet 140 studiepunten die een student krijgt bij de start van zijn studie in het hoger onderwijs. Een vak waar een student niet voor slaagt, gaat af van zijn leerkrediet. Je leerkrediet gaat dus naar beneden en zorgt ervoor dat eeuwig studeren voorkomen wordt. Het is een systeem dat de student zou moeten tonen hoe goed hij bezig is en zou moeten bijsturen indien nodig. Jammer genoeg doet het dat absoluut niet! Er zijn namelijk nooit concrete maatregelen ontwikkeld die het leerkrediet vertalen naar de realiteit. Er zijn geen methodieken om studenten een beeld te geven over hoe goed hij bezig is of wat zijn opties kunnen zijn, buiten dan een cijfer op 140.

In het financieringsdecreet van 2008 worden de financieringsstromen van het hoger onderwijs geregeld. Het is met de evaluatie van dit financieringsdecreet dat de overheid in kaart zal brengen wat de slaagpercentages zijn, hoeveel studenten heroriënteren en hoeveel er hiervan succesvol zijn. Deze evaluatie moest afgerond zijn tegen januari 2014, maar zal pas naar de minister van onderwijs gaan tegen eind juni 2014. Het is op dat moment dat er met cijfers en de ervaringen van studenten een volledig beeld kan gevormd worden van de problemen met de flexibilisering en financiering.

De stelling dat het studierendement kan stijgen, van 1/3de van de studenten dat zijn diploma haalt in de voorziene studietijd, naar een hoger cijfer, louter door een verstrenging van de flexibilisering, is onwaar. Een verstrenging zal enkel kansen afnemen van toekomstige studenten, het zal ervoor zorgen dat er meer studenten afhaken. Als de instellingen en de overheid echt een verhoging van het studierendement willen bekomen zullen ze dit enkel bereiken indien er na zes jaar eindelijk een volwaardig beleid komt. Dit houdt in dat de studenten voordat ze beginnen te studeren een oriënteringstraject doorlopen om hem te helpen in zijn studiekeuze. Een tweede belangrijke zaak is dat de studenten terwijl ze aan het studeren zijn op een consequente en kwalitatieve manier geholpen wordt in een eventuele heroriëntering. Over beiden zaken wordt er al jaren gepalaverd maar zijn er nog nooit concrete acties ondernomen. Een Vlaams beleid hieromtrent is niet de verantwoordelijkheid van de student, maar juist van de instellingen en de Vlaamse regering, in samenspraak met de studenten. Zet de student dus terug centraal en stop met de kortzichtige communicatie die het probleem enkel bij de attitude of mentaliteit van de student legt.

Bram Roelant

Student
Voorzitter Vlaamse Vereniging van Studenten