Standpunt Professionele Masters |16-05-2019|

In deze tekst buigt de Vlaamse Vereniging van Studenten zich over het landschap van de masters in Vlaanderen en dit voornamelijk vanuit het perspectief van de doorstroommogelijkheden naar tweede verdiepende en/of verbredende opleiding (van welke aard ook) na het gevolgd hebben van een professionele bachelor. Hierbij is in de eerste plaats een evaluatie gemaakt van de bestaande mogelijkheden (zoals de schakelprogramma's en bachelor-na-bachelors). Die evaluatie is echter ook ruimer gevoerd dan vanuit het genoemde perspectief: met soms kleine aanpassingen kan een bijzonder groot voordeel gecreëerd worden voor de studenten die voor een dergelijk traject kiezen.

Gelet op de groeiende aandacht voor dit concept, lijkt het de Vlaamse Vereniging van Studenten noodzakelijk om dit debat te benaderen vanuit een invalshoek die de instellingsbelangen overstijgt en vertrekt vanuit de noden van de student.

Korte Inhoud

In dit standpunt behandelt de Vlaamse Vereniging de vraag naar professionele masters. Zij staat open voor een breder aanbod van professioneel georiënteerde opleidingen, ook op masterniveau. Over welke instellingen die opleidingen dan moeten aanbieden en onder welke concrete modaliteiten, wordt in deze tekst geen uitspraak gedaan.


Daarnaast gaat de Vlaamse Vereniging van Studenten ook dieper in op de bestaande trajecten die kunnen dienen als een bovenbouw op een professionele bachelor, zowel van academische als professionele aard.

VVS vraagt:

  • Een evaluatie van de bestaande niet-initiële opleidingen in dialoog met alle hogeronderwijsinstellingen.
  • Dat wanneer er een grondig gefundeerde de vraag bestaat naar professioneel opgeleide profielen op niveau zeven van de Vlaamse kwalificatiestructuur, de Vlaamse hogeronderwijsinstellingen de mogelijkheid moeten krijgen om professionele masters aan te bieden, weliswaar onder strikte voorwaarden.
  • Die strikte voorwaarden dienen deel te zijn van een holistische visie op het concept van professionele masters. Die visie dient uitgewerkt te worden in overleg met alle betrokken partners. In deze tekst worden al enkele voorwaarden genoemd die zeker deel moeten uitmaken van dat kader.
  • Dat wanneer professionele masters zouden worden ingericht, er een degelijke financiering voorzien wordt die instaat voor een toegankelijk aanbod.

1. Inleiding

In deze tekst buigt de Vlaamse Vereniging van Studenten zich over het landschap van de masters in Vlaanderen en dit voornamelijk vanuit het perspectief van de doorstroommogelijkheden naar tweede verdiepende en/of verbredende opleiding (van welke aard ook) na het gevolgd hebben van een professionele bachelor. Hierbij is in de eerste plaats een evaluatie gemaakt van de bestaande mogelijkheden (zoals de schakelprogramma's en bachelor-na-bachelors). Die evaluatie is echter ook ruimer gevoerd dan vanuit het genoemde perspectief: met soms kleine aanpassingen kan een bijzonder groot voordeel gecreëerd worden voor de studenten die voor een dergelijk traject kiezen.

Gelet op de groeiende aandacht voor dit concept, lijkt het de Vlaamse Vereniging van Studenten noodzakelijk om dit debat te benaderen vanuit een invalshoek die de instellingsbelangen overstijgt en vertrekt vanuit de noden van de student.

2. Retroacta: Bolognaverklaring en structuurdecreet

Wij bevestigen onze steun voor de algemene beginselen vastgelegd in de Sorbonne-verklaring en zetten ons in om ons beleid te coördineren om op korte termijn, en in ieder geval vóór het eind van het tweede decennium van de 21ste eeuw, de volgende doelstellingen te bereiken, die wij van primordiaal belang achten voor de totstandbrenging van een Europese Hoger Onderwijsruimte en om het Europees hoger onderwijssysteem wereldwijd te promoten:

Aanvaarding van een systeem dat in wezen gebaseerd is op twee cycli, undergraduate en graduate. Toegang tot de tweede cyclus vereist het succesvol afronden van de eerste studiecyclus, die ten minste drie jaar in beslag moet nemen. De graad toegekend na de eerste cyclus zal ook relevant zijn voor de Europese arbeidsmarkt als geschikte kwalificatie. De tweede cyclus leidt tot de graad van master en/of doctor, zoals in een groot aantal Europese landen.

De Bolognaverklaring en in het bijzonder de hierboven uitgelichte bepaling heeft in het Vlaamse hoger onderwijs gezorgd voor grondige en structurele wijzigingen. Deze wijzigingen werden in het Vlaamse hoger onderwijs geïmplementeerd via verschillende decreten, waaronder het structuurdecreet. Het structuurdecreet legt de basis voor verschillende daaropvolgende decreten.

Dit eerste decreet diende om een aantal doelstellingen van het Bolognaproces te verwezenlijken:

  • de ontwikkeling van een transparant stelsel van vergelijkbare kwalificaties en graden;
  • de ontwikkeling van een structuur van het hoger onderwijs bestaande uit twee cycli: een undergraduate en een graduate cyclus; de eerste cyclus neemt ten minste drie jaar in beslag en de behaalde graad waarborgt een relevante kwalificatie op de Europese arbeidsmarkt;
  • de versterking van de mobiliteit van studenten, docenten, onderzoekers en administratieve medewerkers;
  • de versterking van de Europese samenwerking op het vlak van kwaliteitszorg met het oog op de ontwikkeling van vergelijkbare criteria en methodologieën;
  • de versterking van de Europese dimensie in het hoger onderwijs door samenwerking inzake curriculumontwikkeling en de ontwikkeling van gezamenlijke opleidingen.

Het decreet wou daarmee inspelen op een aantal evoluties in het hoger onderwijs waarvan een aantal nog steeds relevant zijn:

  1. Het hoger onderwijs in Vlaanderen staat meer dan ooit voor de uitdaging om te functioneren in een immer in beweging zijnde samenleving en veranderende omgeving.
  2. De instellingen hoger onderwijs zullen hoe dan ook moeten inspelen op de nieuwe kennisbehoeften die ontstaan binnen de kennissamenleving.
  3. Een groeiend segment van de studentenbevolking zal behoefte hebben aan flexibele en op maat gesneden leerwegen en alle studenten moeten zich op levenslang leren kunnen voorbereiden.
  4. Er is en blijft een immense vraag naar hoger opgeleiden.
  5. De instellingen hoger onderwijs moeten beseffen dat ze opereren in een internationale context, die zeer concurrentieel evolueert en waarin de transparantie van diploma's essentieel is.
  6. De kwaliteitsbewaking moet de grenzen van de eigen regio overschrijden. Er is dus nood aan internationale kwaliteitstandaarden waarnaar alle opleidingen zich kunnen richten.
  7. Het publiek, in het bijzonder de studenten, heeft recht op de grootste duidelijkheid in verband met het aanbod. Het afnemend veld determineert de vraag en het aanbod moet daarop inspelen. De instellingen hebben anderzijds ook tot taak de bestaande grenzen van de kennis te doorbreken.
  8. Het wetenschappelijk onderzoek blijft de fundamentele basis voor de ontwikkeling van nieuwe kennis en voor de verspreiding ervan. Daarvoor staan de instellingen voor hoger onderwijs in. Alles moet dus in het werk worden gesteld om versnippering van financiële en menselijke middelen op dat vlak tegen te gaan. Samenwerking tussen instellingen is dan ook een absolute vereiste om de gewenste synergie te realiseren.

Het structuurdecreet bevat, naast andere bepalingen, ook bepalingen over de op dat moment nieuwe bachelor-masterstructuur. Hierbij werd door het Vlaamse parlement besloten om in beginsel een onderscheid te maken tussen professionele bachelors die door de hogescholen worden aangeboden en de academische bachelors en masters die door de universiteiten worden aangeboden.

Het onderscheid tussen bachelors en masters, zoals gedefinieerd in de Dublin-descriptoren, is in beginsel niet gekoppeld aan de oriëntatie van de opleidingen (professioneel of academisch). Daarnaast is het onderscheid tussen professioneel en academisch georiënteerde opleidingen in de Vlaamse Gemeenschap gekoppeld aan de onderwijsbevoegdheid van de universiteiten en de hogescholen.

3. Probleemstelling

3.1. Buitenlandse opleidingen in Vlaanderen

Het concept van professionele masters is nog geen wijdverspreid begrip in Vlaanderen, zeker omdat het aantal opleidingen dat onder die benaming wordt aangeboden niet zeer uitgebreid is. Dit is anders in Nederland, waar hogescholen de onderwijsbevoegdheid hebben om professionele masters aan te bieden. Zij breiden hun activiteiten ook uit naar de Vlaamse onderwijsmarkt, al dan niet met hulp van een Vlaamse hogeschool.

Verschillende Vlaamse hogescholen bieden op verschillende wijzen programma's aan onder de noemer van 'professionele master'. Dit is het geval voor de hogeschool PXL en de Howest. , Dit gebeurt niet tegen de wet in maar in samenwerking met een buitenlandse instelling die wel de bevoegdheid heeft om masterdiploma's uit te reiken. Hier zijn echter wel een aantal nadelen aan verbonden.

In de eerste plaats zijn het niet de Vlaamse hogescholen die het masterdiploma uitreiken maar wel buitenlandse partner. "Studenten die zo'n professionele master op basis van een buitenlandse samenwerking afronden, zullen een buitenlands diploma ontvangen. De naam van de Vlaamse hogeschool zal ook niet op dat diploma staan. Bovendien ontvangt een Vlaamse hogeschool hiervoor ook geen financiering en zal het studiegeld ook op het niveau van de buitenlandse instelling liggen."

Op het vlak van transparantie naar studenten toe, is dit niet de ideale oplossing. Hoewel dat wanneer er wordt samengewerkt met Nederlandse en Luxemburgse hogeronderwijsinstellingen, er zich op het vlak van niveauherkenning geen problemen stellen maar die automatische niveauherkenning is er niet wanneer er wordt samengewerkt met andere buitenlandse instellingen.

Ook naar het afnemend veld toe moet er duidelijkheid zijn: wanneer een student zich bij een werkgever aandient met een buitenlands masterdiploma, moet het duidelijk zijn welke waarde dat diploma heeft en welke competenties daaraan verbonden zijn. Zeker wanneer nog meer hogescholen via een buitenlandse samenwerking 'professionele masteropleidingen' aanbieden, is het belangrijk om daar klaarheid over te scheppen.

3.2. Professionele masters in Vlaanderen?

Of er ook in de Vlaamse Gemeenschap de mogelijkheid moet komen om professionele masteropleidingen in te richten, is het voorwerp van debat. VLHORA schreef daarover het volgende in haar memorandum naar aanleiding van de verkiezingen op 26 mei 2019:

Vanuit de universiteiten kwam reeds de reactie dat het debat dan ook [moet] focussen op een ander aanbod binnen het huidige instrumentarium en niet op een ander of uitgebreider instrumentarium. Of dat een houdbare stelling is en hoe op de vraag van VLHORA gereageerd dient te worden, wordt in de volgende twee delen behandeld.

Het is niet de bedoeling om voor elke professionele bachelor een masteropleiding op te zetten. Nieuwe masters moeten er op een heel doordachte wijze komen, en dat in niches waar ze echt een meerwaarde opleveren. Een niche volgt uit de acute vraag vanuit de beroepsverenigingen. Een voorbeeld hiervan is de vraag van het Instituut voor Accountants en Belastingconsulenten voor een masterprogramma dat heel sterk professioneel is ingebed. Een andere niche is het oprichten van een master in een geheel nieuw kennisdomein, een blinde vlek op het vlak van professionele opleidingen. Een voorbeeld hiervan is een praktijkgerichte master rond Artificiële Intelligentie.

De nieuwe professionele masters moeten specifiek op de praktijk gericht zijn en verbonden aan praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek. Ze kenmerken zich door hun focus op het interprofessioneel en inter- en transdisciplinair handelen. Wie zich voor zo'n master wil inschrijven, moet best ook enkele jaren beroepservaring kunnen voorleggen.

Een pragmatisch niche-aanbod van masters aan de hogescholen creëert kansen voor de doorgroei van professionele bachelors. Het aanbod is ook nodig voor de verdieping van de praxis-biotoop aan de hogescholen. Graduaat-, bachelors- en masterstudenten in één en dezelfde biotoop opleiden, biedt enorm veel kansen tot samenwerking, initiatief en de gedrevenheid naar oplossingen, … kortom: naar een opleidingsbiotoop van de 21e eeuw. Het aanbod van die masters zal tevens de internationale positionering en uitstraling van de Vlaamse hogescholen versterken.

4. Huidige invullingen van een bovenbouw aan een professionele bachelor

Het is een terechte bemerking van de VLIR dat er reeds een uitgebreid aanbod bestaat aan opleidingen en opleidingsvormen die minstens voor een deel tegemoetkomen aan de vraag van de arbeidsmarkt. Die verschillende opleidingsvormen kunnen op verschillende wijzen gecategoriseerd worden. Gelet op de vraag naar meer verdiepende en/of verbredende professioneel georiënteerde opleidingen, is het dan ook logisch dat die indeling hier gebeurt op basis van de academische of professionele oriëntatie van de opleidingen. Naast beide categorieën is er ook een derde voorzien voor die soort opleidingen waarvan de oriëntatie uitgesproken academisch noch professioneel is en die kaderen in het ruimere aanbod van levenslang leren. In wat volgt zal worden ingegaan op de reden(en) waarom die opleidingsvormen niet voldoen om professioneel opgeleide profielen af te leveren op niveau zeven van de Vlaamse kwalificatiestructuur, wat geen afbreuk doet aan de eigen meerwaarde van die opleidingsvormen.

4.1. Professioneel vervolg

4.1.1. Verkorte bachelors

Een verkorte bachelor is een programma dat de student kan volgen na het behaald hebben van een eerste bachelor. Dit is een tweede basisopleiding die aldus niet verder bouwt op de eerste opleiding van de student. Een verkorte professionele bachelor kan dan ook moeilijk gezien worden als een verdiepende en/of verbredende opleiding.

4.1.2. Bachelor-na-bachelor

Een professionele bachelor lijkt een logisch vervolg te vormen op een professionele bachelor. Er bestaan verschillende ba-na-ba's, in verschillende sectoren. Het overzicht dat gevonden kan worden in het hogeronderwijsregister, leert dat deze opleidingen zich voornamelijk situeren in het management, het onderwijs, de zorg en de accountancy.
Deze opleidingen lijken in de regel niet steeds de meest evidente keuze te zijn. In de eerste plaats vormen ba-na-ba's een anomalie in het Europese onderwijslandschap en zijn ze weinig tot niet gekend in de omringende landen. Daarnaast is het civiel effect van niet alle ba-na-ba's bijzonder groot, i.e. dat het afnemend veld een ba-na-ba niet steeds als een verdiepende en/of verbredende opleiding waardeert (en dat omwille van verschillende redenen, zoals bijvoorbeeld de inhoud van het programma dat te weinig verbredend of verdiepend is). Daarnaast mag ook niet vergeten worden dat ook de benaming van de opleiding lijkt te impliceren dat het eerder over een tweede basisopleiding gaat dan een verdiepende en/of verbredende opleiding op hetzelfde niveau van de Vlaamse kwalificatiestructuur.

4.2. Academisch vervolg

4.2.1. Verkorte bachelors

Een verkorte bachelor onderscheidt zich van een schakelprogramma dat het diplomagericht is en niet louter de bedoeling heeft om de student de mogelijkheid te geven een academische masteropleiding te starten. Gelet op die verschillende finaliteit is het dan ook logisch dat een verkorte bachelor een andere invulling kent dan een schakelprogramma.
De keuze voor een verkorte bachelor of een schakelprogramma is afhankelijk van een aantal factoren zoals het doel van de student, de inhoud van de opleiding, de vooropleiding van de student … Toch lijkt een verkorte bachelor in de regel geen vanzelfsprekende keuze voor een student die na een professionele bachelor op zoek is naar een verdiepende en/of verbredende opleiding omwille van de aard van de opleiding maar ook de lange duur van het traject (indien de student nadien nog de academische master wenst te behalen).

4.2.2. Schakelprogramma's

4.2.2.1. Algemeen

Een schakelprogramma moet studenten de mogelijkheid bieden om na het gevolgd hebben van een professionele bachelor om een academische master te starten. In het schakelprogramma moeten zij dus de nodige competenties verwerven om die academische master te kunnen starten. Dat moet ook het enige doel zijn van die programma's: ervoor zorgen dat studenten de nodige competenties verwerven om die concrete academische master kunnen starten. Deze programma's moeten dus niet gericht zijn op selectie van studenten.

Deze doelstelling houdt in dat wanneer een universiteit een schakelprogramma aanbiedt, het aangeboden schakelprogramma is afgestemd op de vooropleiding van de student: het aangeboden pakket aan opleidingsonderdelen houdt rekening met de voorgestelde vooropleiding en de reeds verworven competenties. Op die manier kan de instromende student de masteropleiding aanvatten zonder enige achterstand op het vlak van competenties.

Dit betekent niet dat de huidige schakelprogramma's verzwaard of verlicht moeten worden; wel dienen de universiteiten intern de denkoefening aan te vatten of aan te houden zodat de schakelprogramma's werkelijk dat doel nastreven.

Daarnaast lijkt het de Vlaamse Vereniging van Studenten ook aangeraden dat er een dialoog ontstaat of in stand wordt gehouden over associatiegrenzen heen tussen de verantwoordelijken van een professionele bachelor en een schakelprogramma dat daarop logische wijze op aansluit (bijvoorbeeld tussen een opleiding rechtspraktijk en het schakelprogramma voor de master in de rechten).

Samenwerking tussen de universiteiten en de hogescholen kan op echter ook op andere punten plaatsvinden: de mogelijkheid voorzien om opleidingsonderdelen uit het schakelprogramma op te nemen als keuzevak in de professionele bachelor, het aanbieden van (een deel van) het schakelprogramma op dezelfde locatie als de professionele bachelor, afzonderlijke aanbodsessies voorzien voor de studenten in de schakelprogramma's … Hoe dit concreet wordt ingevuld, moet casus per casus bekeken worden. De Vlaamse Vereniging van Studenten hoopt wel dat de opleidingen blijven nadenken hoe zij de studenten in het schakelprogramma zo veel als mogelijk kunnen integreren in de opleiding en ook hun motivatie op peil houden.

4.2.2.2. Schakelprogramma's gericht op een instroom uit een professionele bachelor

Naast de algemene schakelprogramma's, zijn er ook schakelprogramma's die zich specifiek richten op de instroom uit een professionele bachelor zoals voor de masters verpleeg- en vroedkunde of de master sociaal werk.

4.3. Levenslang leren

De verschillende hogeronderwijsinstellingen bieden onder meer postgraduaten en permanente vormingen aan. Dit zijn interessante opleidingen, vooral in het kader van levenslang leren (dat veelal professioneel georiënteerd is, soms in combinatie met een academische component), een uitdaging waarmee het Vlaamse onderwijs geconfronteerd wordt. Deze opleidingen zijn echter meer competentiegericht dan diplomagericht.

In de huidige Vlaamse context blijft een diploma nog steeds een belangrijk gegeven, zeker voor studenten die hun eerste stappen op de arbeidsmarkt zetten. Voor studenten die dus een verdiepende en/of verbredende professioneel georiënteerde opleiding wensen te volgen aansluitend op hun professionele bachelor, is dit dus niet meteen de meeste voor de hand liggende keuze. Daarenboven is aan deze opleidingen vaak een hoog inschrijvingsgeld gekoppeld gezien deze niet gefinancierd worden..

Hoe dan ook, ligt er voor de hogeronderwijsinstellingen nog een belangrijke taak weggelegd om het bestaande aanbod van postgraduaten en dergelijke breder bekend te maken. De overheid zou hierin een ondersteunende rol kunnen opnemen, onder meer zoals gesuggereerd in het recente VLOR-advies over Skilss Strategy-rapport van de OESO. Daarvoor zou bijvoorbeeld gedacht kunnen worden aan een instellingsneutraal platform waar het volledige aanbod teruggevonden kan worden.

5. Professionele masters?

Er bestaat binnen de Vlaamse Gemeenschap op dit moment geen aanbod van professioneel georiënteerde opleidingen op niveau zeven van de Vlaamse kwalificatiestructuur. De reden hiervoor werd eerder toegelicht. De vraag is of dit wel mogelijk dient te zijn en zo ja, onder welke omstandigheden. Deze tekst behandelt niet de vraag voor welke opleidingen er een professioneel georiënteerde master zou moeten komen noch de vraag of er meteen professionele masters opgericht moeten worden. Een dergelijke vraag moet steeds beoordeeld worden in het licht van een duidelijk opgesteld kader voor professionele masters en van de concrete omstandigheden van die nieuwe opleiding, hetgeen hierna volgt in acht genomen.

In de eerste plaats dient het oprichten van een nieuwe opleiding te vertrekken vanuit een dubbele vraag: enerzijds dient er onder studenten een publiek te bestaan dat die nieuwe opleiding wil volgen; anderzijds dient er op de arbeidsmarkt de mogelijkheid te bestaan om de profielen die uit een professionele master uitstromen, tewerk te kunnen stellen. Zeker voor professioneel georiënteerde opleidingen is de vraag of nood van de arbeidsmarkt een belangrijk element. Daarenboven moet die professionele master een meerwaarde vormen, voor de student en de arbeidsmarkt, bovenop de voorafgaand gevolgde opleiding en mag het niet mogelijk zijn om diezelfde meerwaarde te bekomen via een reeds bestaand traject. Het is dus uitermate belangrijk om het profiel van een professionele bachelor te bewaken.

Dat zijn aspecten die minimaal in de TNO-procedure moeten meegenomen worden. Een grondige macrodoelmatigheidstoets moet de garantie bieden dat die voorwaarden worden nageleefd. De beschikbare onderwijsmiddelen zijn immers te kostbaar om toe te staan dat een aanbod aan nieuwe opleidingen gecreëerd wordt zonder dat de maatschappelijke meerwaarde ervan aangetoond kan worden. Dit mag daarentegen niet uitsluiten dat nieuwe opleidingen ingericht worden.

Bij de inrichting van nieuwe opleidingen mag er geen principieel bezwaar zijn tegen de inrichting van een nieuwe opleiding op niveau zeven van de Vlaamse kwalificatiestructuur. Wanneer een nieuwe opleiding voldoet aan de voorwaarden om als master gekwalificeerd te worden, dan dient die opleiding als dusdanig erkend te worden.

Omwille van de beperkte middelen die er zijn, is het voor de Vlaamse Vereniging van Studenten wel uitermate logisch dat er tussen de hogeronderwijsinstellingen wordt samengewerkt. Dit kan zowel op het vlak van het aanbieden en het programmeren van professionele masters als op het vlak van infrastructuur als bijvoorbeeld personeel.

Andere redenen dan het creëren van een maatschappelijke meerwaarde en het beantwoorden aan een vraag van zowel studenten als de arbeidsmarkt, kunnen niet de primaire reden vormen voor het inrichten van een nieuwe opleiding. Dat wil niet zeggen dat andere motieven, zoals het voorzien van internationaliseringsmogelijkheden, een subsidiaire rol kunnen spelen.

6. Conclusie

De Vlaamse Vereniging van Studenten is van oordeel dat de hogeronderwijsinstellingen met soms minimale ingrepen het studieaanbod voor studenten in grote mate kunnen verbeteren. Zeker in de schakelprogramma's kan er op korte tijd een aanzienlijke vooruitgang kan gerealiseerd worden. Maar ook aan andere trajecten kan gesleuteld worden zodat die voor studenten aantrekkelijker worden. Het feit dat die opleidingsvormen geoptimaliseerd kunnen worden, mag niet betekenen dat wordt nagedacht over nieuwe concepten.

Daarom staat de Vlaamse Vereniging niet afkerig tegenover een uitbreiding van het opleidingsaanbod met professionele masters. Daar zijn weliswaar een aantal kritische voorwaarden aan verbonden, niet in het minst op het vlak van profilering en positionering ten opzichte van het bestaande opleidingsaanbod. Die nieuwe opleidingen moeten, wanneer ze er zouden komen, leiden tot nieuwe profielen die verschillen van diegene die reeds bestaan. Daarenboven moeten die opleidingen profielen afleveren die een wezenlijke meerwaarde vormen voor de arbeidsmarkt. In overleg met alle betrokken actoren moet echter een kader ontwikkeld worden waarin het concept van professionele masters geplaatst moet worden.

De inrichting van nieuwe opleidingen (en de bijhorende aspecten) moet steeds in het licht van de concrete omstandigheden beoordeeld worden. Hoewel een concrete nieuwe opleiding op heel wat vlakken uniek zal zijn, moet er toch rekening gehouden worden met algemene kenmerken van het Vlaamse hoger onderwijs zoals het toegankelijke en democratische karakter ervan. Bij de verdere uitwerking kan dan ook zeker geleerd worden van de negatieve en positieve ervaringen uit het buitenland.

Links en contact

Rapporteur Professionele Masters: Dylan Couck, dylan@vvs.ac

De Rapporteur is bij VVS verantwoordelijk voor de totstandkoming van een standpunt. Hij of zij toets af wat de VVS-leden in het standpunt weerspiegeld willen zien.

Beleidsmedewerker Hoger Onderwijs: Frédéric Piccavet, frederic@vvs.ac

De Beleidsmedewerker Hoger Onderwijs is bij VVS de betaalde medewerker die alle standpunten van de organisatie opvolgt. Hij beheert het dossier.